Artikelen omtrent de Zorgverzekeringswet

Noot: dit is de vijfde pagina met betrekking tot de veranderingen in de zorgverzekeringswet in 2006. De andere pagina´s vindt u hier:
20122011 – 2010 – 2009200820072006


Op deze pagina:
- PERSBERICHT 25 november 2010
- Vordering schadevergoeding voor Nederlandse gepensioneerden met een particuliere ziektekostenverzekering
- CVZ legt te hoge definitieve jaarafrekeningen op
- CVZ handelt in strijd met klachtenregeling en wet
- Opgaaf Wereldinkomen verplicht?
- Meer doeltreffende rechtsmiddelen wanneer CVZ niet tijdig beslist op verzoek of bezwaar
- CVZ schuldig aan vertraging bij de vaststelling wereldinkomen
- CVZ geeft in bezwaarprocedure onjuiste en onvolledige informatie over hoorzitting
- Reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal
- Mededeling Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland
- CVZ verklaart bezwaar tegen te laat opgelegde definitieve jaarafrekening Zvw-bijdrage ongegrond omdat er op haar overtreding van de wet geen sancties zouden bestaan
- CVZ bereid tot het treffen van een betalingsregeling inzake jaarafrekeningen
- CVZ geeft onjuiste voorlichting over bezwaarprocedure
- CVZ legt onterechte jaarafrekeningen ZVW-bijdrage 2006/2007 op +
voorbeeld Bezwaarschrift

PERSBERICHT 25 november 2010

EUROPEES HOF VAN JUSTITIE STELT GEPENSIONEERDEN IN HET GELIJK

Na bijna vijf jaar procederen heeft het Europese Hof van Justitie in het buitenland wonende Nederlandse gepensioneerden alsnog in het gelijk gesteld: de Nederlandse staat heeft hoogstwaarschijnlijk in het buitenland wonende gepensioneerden gediscrimineerd bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006. Terwijl ingezetenen probleemloos konden overstappen op een gelijkwaardige verzekering onder het nieuwe stelsel, raakten de ‘pensionado’s’ hun particuliere verzekering kwijt, en moesten zij meestal duizenden euro’s gaan bijbetalen om weer een adequate dekking te krijgen. De voorzitter van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland, Cees van der Wiel, is verheugd: “de discriminerende overgangsregeling is altijd het grootste pijnpunt voor ons geweest, het is alleen jammer dat het zo lang heeft moeten duren totdat we deze uitspraak kregen. Onze leden worden immers ook een dagje ouder.” De Stichting heeft inmiddels de Minister van Volksgezondheid een aansprakelijkstelling gestuurd. “We gaan de door onze tienduizenden leden geleden schade verhalen op de Staat. Maar uiteindelijk gaat het ons erom een goede regeling voor de toekomst te verkrijgen”, aldus Van der Wiel. De Stichting hoopt de komende maanden in goed overleg met de Minister tot een regeling te kunnen komen.

TOELICHTING BIJ PERSBERICHT

Op 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak gedaan in zaak C-345/09. De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft naar aanleiding van deze uitspraak een persbericht verzonden.

Nederlandse gepensioneerden die in een andere lidstaat van de Europese Unie wonen en een particuliere ziektekostenverzekering hadden, zijn ernstig benadeeld door de invoering van de Zorgverzekeringswet in Nederland op 1 januari 2006. Zij zijn hun bestaande particuliere verzekering kwijtgeraakt, zonder dat daarvoor een dekking in de plaats is gekomen. Voor in Nederland wonende personen kwam er na de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet wel een dekking in de plaats van hun particuliere ziektekostenverzekering. In het buitenland wonende gepensioneerden zijn dus gediscrimineerd ten opzichte van in Nederland wonende personen.

Het Hof heeft geoordeeld dat het discrimineren van in het buitenland wonende gepensioneerden in strijd is met het Europese recht. De Nederlandse rechter moet nu beoordelen of in het buitenland wonende gepensioneerden daadwerkelijk zijn gediscrimineerd. Het Hof geeft echter aan dat de hem bekende gegevens erop wijzen dat er sprake is geweest van discriminatie. De Stichting verwacht dat de Nederlandse rechter dit zal bevestigen.

Als gevolg van deze discriminatie hebben tienduizenden in het buitenland wonende gepensioneerden ernstige schade geleden. Zij moesten nieuwe particuliere verzekeringen afsluiten tegen veel hogere premies dan hun oude particuliere verzekeringen, als het sluiten van een nieuwe verzekering gelet op hun hoge leeftijd al mogelijk was. Degenen die zich deze hogere premies niet kunnen veroorloven, zijn noodgedwongen teruggevallen op een veel beperktere dekking.

Als de Nederlandse rechter vaststelt dat sprake is geweest van verboden discriminatie, is de Staat voor de door gepensioneerden als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk. De Stichting heeft de Staat mede namens de bij haar aangesloten gepensioneerden intussen voor alle geleden schade aansprakelijk gesteld.

De vordering tot schadevergoeding door de Staat zal op 1 januari 2011 verjaren. De Stichting roept in het buitenland wonende gepensioneerden die menen als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet te zijn benadeeld op de verjaring van hun mogelijke vordering tot schadevergoeding door de Staat massaal te stuiten. De verjaring kan gestuit worden door het sturen van een stuitingsbrief aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een modelbrief en de bijbehorende praktische instructies zijn hieronder gepubliceerd alsmede op de websites van de deelnemende organisaties http://www.icng.eu, http://www.vngsint.com en http://www.verontrust.be.

…terug naar boven…

Vordering schadevergoeding voor Nederlandse gepensioneerden met een particuliere ziektekostenverzekering

Wij adviseren iedereen die meent, als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet, schade te hebben geleden, voor 1 januari 2011 op individuele basis een brief te sturen (aangetekend met handtekening retour) naar de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Den Haag.

Het arrest van het Hof van Justitie van 14 oktober 2010 in zaak C-345/09 laat de mogelijkheid open dat de invoering van de Zorgverzekeringswet een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer van burgers van de Unie vormt. Als komt vast te staan dat van een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer sprake is, is de invoering van de Zvw onrechtmatig. De Staat is dan uit hoofde van onrechtmatige wetgeving aansprakelijk voor als gevolg van de invoering van die wetgeving geleden schade.

Een vordering tot schadevergoeding verjaart door het verstrijken van vijf jaar. De Zvw is op 1 januari 2006 in werking getreden. Dat betekent dat vorderingen tot schadevergoeding in beginsel op 1 januari 2011 verjaren. Die verjaring kan echter worden gestuit door het schrijven van een brief aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin men zich ondubbelzinnig het recht op nakoming door de Staat voorbehoudt. Met een dergelijke brief worden uw rechten veilig gesteld.

De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Danny Vlasblom, advocaat

Download voorbeeldbrief (.pdf)
Download voorbeeldbrief (.doc)

…terug naar boven…

CVZ legt te hoge definitieve jaarafrekeningen op

De praktijk heeft inmiddels geleerd, dat CVZ in een aantal gevallen een te hoge definitieve jaarafrekening oplegt. Let op: dit artikel is alleen van toepassing op diegenen die buiten Nederland wonen, een premievervangende Zvw-bijdrage betalen via inhouding op pensioenen/uitkeringen en in het woonland belastingplichtig zijn.

Het opleggen van een te hoge jaarafrekening kan gebeuren in die gevallen waarin door u geen opgaaf wereldinkomen is gedaan en er dus ook geen ‘Beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen’ (NiNbi) is vastgesteld.

In de thans bekende gevallen heeft CVZ haar definitieve jaarafrekening niet op een ‘Beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen’ gebaseerd en heeft zij bovendien een te hoog Nederlands inkomen verondersteld.

Het voorgaande betekent dat CVZ onrechtmatig heeft gehandeld.

Om vast te stellen of het voorgaande op u van toepassing is, dient u de bedragen die op de jaaropgaven van de Nederlandse uitkeringsinstanties (SVB, UWV, Pensioenfondsen en Verzekeraars voor wat betreft lijfrenten) zijn vermeld onder het kopje ´Loon voor Zvw´ of ´Loon voor Zorgverzekeringswet´ op te tellen en deze som te vergelijken met de Premiegrens voor de Zvw-bijdrage van het betreffende jaar.

In de onderstaande tabel is de Premiegrens voor de Zvw-bijdrage vermeld en vindt u dus ook al de informatie voor de nog komende definitieve jaarafrekeningen van CVZ.

Jaar Premiegrens voor Zvw-bijdrage
2006 € 30015
2007 € 30623
2008 € 31231
2009 € 32369
2010 € 33189

Is uw totaal aan `Loon voor Zvw´ en/of ´Loon voor Zorgverzekeringswet` lager dan de Premiegrens voor Zvw-bijdrage dan heeft u recht op teruggave van de door CVZ teveel in rekening gebrachte Zvw-bijdrage.

U kunt dit opeisen via een bezwaarschrift als de definitieve jaarafrekening minder dan 6 weken oud is. Is de definitieve jaarafrekening ouder dan 6 weken, dan kunt u een herzienings-verzoek indienen.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ handelt in strijd met klachtenregeling en wet

Het klachtrecht is verankerd in de Algemene Wet Bestuursrecht.

De Algemene Wet Bestuursrecht stelt in artikel 9:2:

“Het bestuursorgaan draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen en over gedragingen van bestuursorganen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn.”

Invulling gevend aan voornoemd artikel heeft de Raad van Bestuur van het CVZ per 23 april 2007 een Klachtenregeling in werking gesteld. Voor de Klachtenregeling van CVZ verwijs ik u naar de volgende webpagina:
…klachtenregeling+cvz+2007.pdf

Dus als u vindt dat CVZ niet behoorlijk heeft gehandeld kunt u daarover een klacht indienen. De Algemene Wet Bestuursrecht zegt dat CVZ uw klacht binnen 6 weken dient af te handelen en deze afhandeling slechts één maal met 4 weken kan uitstellen. Zij moet u dat uitstel dan wel schriftelijk mededelen en natuurlijk voordat de eerste 6 weken verlopen zijn. Bent u het met de klachtafhandeling van CVZ niet eens dan kunt u zich wenden tot de Nationale Ombudsman.

Recentelijk heb ik namens een aantal belanghebbenden klachten voorgelegd aan het CVZ over de gedragingen van het Hoofd Afdeling Verzekering Burgers inzake de ontvangst-bevestiging van bezwaarschriften.

Vervolgens wordt de klacht afgehandeld door het Hoofd Afdeling Verzekering Burgers.

Hierdoor wordt er door CVZ in strijd met de klachtenregeling en in strijd met de Algemene Wet Bestuursrecht gehandeld, omdat:

1. de klacht wordt behandeld door degene over wie wordt geklaagd;
2. het Hoofd Afdeling Verzekering Burgers zich ten onrechte voordoet als een lid van de Raad van Bestuur van CVZ;
3. er bij de klachtafhandeling niet wordt gewezen op de mogelijkheid om bij onvrede over de klachtafhandeling dit aan de Nationale Ombudsman voor te leggen;
4. er geen gelegenheid wordt geboden om te worden gehoord.

Toen CVZ middels een nieuwe klacht met het voorgaande werd geconfronteerd gaf zij de volgende reactie:

“Het CVZ heeft bij de behandeling van uw brief van …….. voor een informele en daardoor snelle klachtbehandeling gekozen. Uit uw reactie maak ik op dat u een formele klachtprocedure nastreeft.”

CVZ heeft het hierbij ten onrechte en wederom strijdig met wet- en regelgeving willen doen voorkomen, dat een informele klachtafhandeling mogelijk is en dat daarbij wet- en regelgeving met betrekking tot een klachtprocedure niet behoeven te worden geëerbiedigd.

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat CVZ inzake klachtprocedures bij herhaling strijdig met de wet en strijdig met de klachtenregeling heeft gehandeld.

Mocht u het voorgaande zijn overkomen, dan adviseer ik u om deze onbehoorlijke gedraging aan de Nationale Ombudsman voor te leggen. Voor verdere informatie zie www.nationaleombudsman.nl.

Theo Sanders

…terug naar boven…

Opgaaf Wereldinkomen verplicht?

Velen ontvangen van de Belastingdienst het verzoek of de opdracht tot het doen van opgaaf van hun wereldinkomen.

Velen stellen mij de vraag ben ik verplicht om dit in te vullen of loop ik de kans te worden beboet als ik het niet doe.

Om de voorgaande vraag te beantwoorden moeten we eerst vaststellen wat de reden is dat de Belastingdienst u verzoekt om opgaaf te doen van uw wereldinkomen.

Het verzoek om opgaaf te doen van uw wereldinkomen kan door twee zaken worden ingeleid. U woont buiten Nederland en:

1. u ontvangt vanuit Nederland zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag en/of;
2. u betaalt via Nederlandse uitkeringsinstanties (SVB, UWV en Pensioenfonds(en)) een premievervangende Zvw-bijdrage, die wordt afgedragen aan het CVZ.

In het eerste geval neemt de Belastingdienst zelf het initiatief om u te verzoeken opgaaf te doen van uw wereldinkomen. Dan bent u volgens de wet verplicht opgaaf te doen van uw wereldinkomen. Blijft u in gebreke dan kan de Belastingdienst u een verzuimboete opleggen. Maar voordat die verzuimboete kan worden opgelegd moet de Belastingdienst u wel de gelegenheid bieden om alsnog aan uw verplichting te voldoen.

In het tweede geval neemt het CVZ het initiatief. Zij verzoekt de Belastingdienst om u een opgaaf wereldinkomen te sturen. Dan bent u niet verplicht opgaaf te doen en is er ook geen sprake van een verzuimboete. Als u besluit geen opgaaf van uw wereldinkomen te doen, geeft de wet de Belastingdienst wel de ruimte om uw wereldinkomen ambtshalve vast te stellen en de Belastingdienst is dan ook verplicht om u dit via een Beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) mede te delen. Indien u het niet eens bent met deze ambtshalve vastgestelde Beschikking NiNbi staan voor u de mogelijkheden van bezwaar en beroep open.

Theo Sanders

…terug naar boven…

Meer doeltreffende rechtsmiddelen wanneer CVZ niet tijdig beslist op verzoek of bezwaar

Het CVZ is zowel een advies- als uitvoeringsorganisatie voor de wettelijke ziektekosten-verzekeringen: de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). In de uitvoering van voornoemde wetten kan het CVZ u als verdragsgerechtigde aanmerken en de premievervangende Zvw bijdrage – voor zover die al niet is ingehouden via de Sociale Verzekerings Bank (SVB), het UWV of uw pensioeninstantie – verrekenen middels de voorlopige en definitieve jaarafrekening.

In het verkeer tussen de verdragsgerechtigde en het CVZ gelden er een aantal spelregels en die zijn vastgelegd in de Algemene Wet Bestuursrecht, de Zorgverzekeringswet en de Regeling Zorgverzekering. De voornoemde spelregels bepalen dat CVZ binnen een bepaalde wettelijke termijn dient te beslissen op uw aanvraag/verzoek of uw bezwaar.

De wettelijke beslistermijn voor het beschikken op een aanvraag of verzoek bedraagt 8 weken, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Indien niet binnen de geldende termijn kan worden beslist, deelt CVZ dit aan de aanvrager/verzoeker mede en noemt hierbij een zo kort mogelijke termijn wanneer de beschikking tegemoet kan worden gezien.

De wettelijke beslistermijn voor alle beschikkingen op bezwaar die in het kader van de Zorgverzekeringswet door CVZ worden genomen, bedraagt conform artikel 69 lid 5b van de Zorgverzekeringswet 13 weken te rekenen vanaf de dag dat de termijn voor het indienen van het bezwaar is verlopen of anders gesteld binnen 19 weken na datum van het besluit waartegen u bezwaar maakt. CVZ kan deze beslistermijn slechts éénmaal met 6 weken verlengen en dient u schriftelijk en vóór het verlopen van de beslistermijn hierover te informeren.

De beslistermijn voor beschikkingen op overige bezwaren bedraagt 6 weken en 12 weken als er een adviescommissie is ingesteld vanaf de datum waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Het CVZ kan deze beslistermijn slechts éénmaal met 6 weken verlengen, mits tijdig en schriftelijke medegedeeld. Wordt er een adviescommissie ingesteld dan dient de bezwaarmaker hier schriftelijk over te worden geïnformeerd.

De praktijk heeft echter laten zien – en dit geldt overigens niet alleen ten aanzien van CVZ – dat bestuursorganen zich bij herhaling niets bleken aan te trekken van deze wettelijke termijnen.

Sedert 1 oktober 2009 is echter de Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen en de Wet van 28 augustus 2009 tot aanvulling van de Algemene Wet Bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen het niet tijdig beslissen door bestuursorganen van kracht geworden en deze geven de verdragsgerechtigden een middel in handen om een niet tijdig beslissend CVZ een dwangsom op te leggen. Het moet dan wel gaan om aanvragen/ verzoeken en bezwaren die op of na 1 oktober 2009 zijn ingediend. De voornoemde nieuwe wetgeving schrijft echter wel voor dat de verdragsgerechtigde het CVZ eerst in gebreke dient te stellen en 2 weken dient te bieden voor het opheffen van het verzuim.

Een voorbeeld formulier voor ingebrekestelling vindt u op onderstaande webpagina: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/goed-openbaar-bestuur/documenten-en-publicaties/formulieren/2008/11/11/formulier-ingebrekestelling.html

Wordt het verzuim om tijdig te beslissen niet binnen de twee weken na ingebreke stellen opgeheven dan is het CVZ een dwangsom aan u verschuldigd voor elke dag dat zij in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20,00 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30,00 per dag en de overige dagen € 40,00 per dag. Dus de maximale dwangsom bedraagt € 1260,00 per aanvraag/verzoek of bezwaar.

Het voorgaande geldt ook voor alle andere bestuursorganen die niet tijdig beslissen op uw aanvraag/verzoek of bezwaar. U dient er hierbij wel alert op te zijn dat wettelijke beslistermijnen kunnen afwijken van hetgeen in de Algemene Wet Bestuursrecht is bepaald.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ schuldig aan vertraging bij de vaststelling wereldinkomen

Mij bereiken vele vragen en klachten waarom het zo lang duurt vooraleer de Belastingdienst de verdragsgerechtigden opdracht geeft tot het doen van aangifte van hun wereldinkomen over de jaren 2008 en 2009.

De aangifte van het wereldinkomen is immers de basis voor de “Beschikking Niet in Nederland Belastbaar inkomen” en de datum van deze Beschikking is volgens artikel 6.3.3 lid 3 van de Regeling Zorgverzekering weer bepalend voor het CVZ om tot de vaststelling van uw Definitieve Jaarafrekening te komen.

Volgens de informatie van de Belastingdienst zijn de volgende gebeurtenissen aanleiding voor de opdracht van de belastingdienst tot het doen van aangifte over het wereldinkomen in een bepaald jaar:

1. u of uw partner woont buiten Nederland en ontvangt een toeslag van de Belastingdienst/Toeslagen, zoals zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag;
2. u of een gezinslid woont buiten Nederland en betaalt een premievervangende Zvw bijdrage aan het CVZ.

Omdat CVZ de enige partij is, die weet van welke verdragsgerechtigden er in een bepaald jaar een premievervangende Zvw bijdrage is ontvangen, is het CVZ ook de enige die aan de Belastingdienst opgaaf doet van verdragsgerechtigden van wie het wereldinkomen dient te worden vastgesteld.

Aangezien in ieder geval de mij bekende verdragsgerechtigden tot op heden nog geen opdracht van de Belastingdienst hebben gekregen om aangifte te doen van hun wereldinkomen over 2008 en 2009, staat voor hen vast dat CVZ zelf de veroorzaker is van de vertraging bij de vaststelling van hun wereldinkomen over de voornoemde jaren. Dit heeft dan ook als gevolg dat CVZ op zijn vroegst pas in 2011 verplicht zal zijn om uw definitieve jaarafrekening over 2008 vast te stellen.

We hebben eveneens moeten vaststellen dat CVZ zich ook niet gehouden heeft aan de wettelijke verplichting om voor 30 september 2009 u de voorlopige jaarafrekening over 2008 te doen toekomen.

Daar waar u zou moeten kunnen rekenen op een zorgvuldig, adequaat en tijdig functionerend bestuursorgaan, meent het CVZ zelf de spelregels te mogen dicteren.

Omdat de hiervoor genoemde gedragingen van CVZ als zeer onbehoorlijk worden ervaren, heb ik het voorgaande voorgelegd aan de Nationale Ombudsman.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ geeft in bezwaarprocedure onjuiste en onvolledige informatie over hoorzitting

In de recente ontvangstbevestigingen van een bezwaarschrift gericht tegen de definitieve jaarafrekening meldt CVZ de bezwaarmaker met betrekking tot de hoorzitting het volgende:

“In verband met de afhandeling van uw bezwaarschrift verzoeken wij u bijgaande ‘Verklaring Horen’ in te vullen en binnen twee weken na dagtekening van deze brief op te sturen. Een hoorzitting is niet verplicht of noodzakelijk. Wij wijzen u erop dat wij, ook als u hebt aangegeven dat u gehoord wilt worden, toch kunnen besluiten om geen hoorzitting te houden.”

De Algemene Wet Bestuursrecht schrijft echter voor dat de bezwaarmaker dient te worden uitgenodigd om te worden gehoord:

Artikel 7:2

* 1. Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
* 2. Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht

en maakt hierop een viertal uitzonderingen:

Artikel 7:3

Van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien:

* a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,
* b. het bezwaar kennelijk ongegrond is,
* c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of
* d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad

Dus het is duidelijk dat CVZ in haar ontvangstbevestiging een onjuiste en onvolledige voorstelling van zaken geeft. Het CVZ is verplicht de bezwaarmaker in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord en kan hier alleen maar van afzien wanneer zich een van de vier gevallen voordoet zoals die zijn beschreven onder artikel 7:3. De bezwaarmaker is vrij om al dan niet aan een hoorzitting deel te nemen. Dat een hoorzitting niet verplicht of noodzakelijk is geldt dus alleen maar voor de bezwaarmaker en dus niet voor CVZ.

Daarom is de uitspraak van CVZ dat zij toch kan besluiten om geen hoorzitting te houden, ook als de bezwaarmaker te kennen heeft gegeven dat hij gehoord wil worden, veel te kort door de bocht. Hier wordt immers de indruk gewekt, dat het CVZ naar eigen goeddunken kan besluiten om geen hoorzitting te houden. En dit is absoluut niet het geval. Alleen in de vier gevallen als genoemd onder artikel 7:3 kan het CVZ besluiten om geen hoorzitting te houden.

Theo Sanders

…terug naar boven…

Reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal

Op 15 juli 2010 is de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie gepubliceerd. De conclusie van de Advocaat-Generaal houdt een advies aan het Hof van Justitie in met betrekking tot de beantwoording van de door de Centrale Raad van Beroep gestelde prejudiciële vragen. Het Hof van Justitie neemt dat advies in veel gevallen over, maar is daartoe niet verplicht.

De Advocaat-Generaal is van mening dat de verplichting tot aanmelding bij de ziekenkas van het woonland en het inhouden van een bijdrage ook als die aanmelding niet heeft plaatsgevonden, niet in strijd zijn met de Verordeningen 1408/71 en 574/72.
De Advocaat-Generaal is verder van mening dat de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen niet in de weg staan aan de Nederlandse wetgeving die in deze procedure ter discussie staat. De Advocaat-Generaal voegt daar echter aan toe dat wettelijke voorschriften op het gebied van sociale bescherming er in de praktijk niet toe mogen leiden dat burgers die gebruik maken van het recht in een andere lidstaat te verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die blijven wonen in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben. Of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen blijkt volgens de Advocaat-Generaal niet uit de informatie die de Centrale Raad van Beroep heeft verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep zou daarom zelf moeten onderzoeken of de Nederlandse Staat bij de stelselwijziging alleen ten behoeve van ingezetenen ervoor heeft gezorgd dat de continuïteit van het beschermingsniveau werd gewaarborgd. Als dat zo is, zouden de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen zich tegen het hervormde stelsel verzetten.

Het is nu afwachten of het Hof van Justitie het advies van de Advocaat-Generaal overneemt. De uitspraak van het Hof van Justitie zal naar verwachting nog enkele maanden op zich laten wachten.

De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Danny Vlasblom, advocaat

…terug naar boven…

Mededeling stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland

Op 20 mei vond voor het EU Hof van Justitie in Luxemburg de hoorzitting plaats betreffende de door de Centrale Raad van Beroep in Utrecht gestelde prejudiciële vragen naar aanleiding van het door de Stichting tegen de NL Staat aangespannen proces over de gevolgen van de Zorgverzekeringswet voor gepensioneerde Nederlanders in de z.g. verdragslanden.

Het Hof deelde daarna mede dat op 15 juli de Advocaat Generaal zijn advies zal nemen. De AG is een onafhankelijk adviseur van het Hof die advies zal geven over de beantwoording van de gestelde prejudiciële vragen. Het arrest zelf zal dan in het najaar volgen waarbij de datum eerst enkele weken daaraan voorafgaande bekend zal worden gemaakt. Het advies van de AG kan aan aanwijzing zijn in welke richting het Hof zal oordelen doch is geen garantie daarvoor.

Het Bestuur.

…terug naar boven…

CVZ verklaart bezwaar tegen te laat opgelegde definitieve jaarafrekening Zvw-bijdrage ongegrond omdat er op haar overtreding van de wet geen sancties zouden bestaan

Onlangs is door mij aan CVZ een bezwaar voorgelegd vanwege haar onrechtmatig handelen jegens een verdragsgerechtigde door de wettelijke termijn te overschrijden bij het vaststellen van de definitieve jaarafrekening van de Zvw-bijdrage. Dit bezwaarschrift komt qua inhoud overeen met hetgeen ik in een eerder artikel heb gepubliceerd.

Inmiddels heeft CVZ op bezwaar beslist en hierbij is bepaald dat het ongegrond is. Als reactie stelt CVZ:

“In artikel 6.3.3 van de Regeling is vermeld dat het CVZ de definitieve jaarafrekening binnen zes manden na het tijdstip waarop zowel de aanslag inkomstenbelasting als de beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) onherroepelijk zijn geworden dient vast te stellen. Op het niet tijdig vaststellen van de definitieve jaarafrekening is echter geen sanctie gesteld. In verschillende wetten en regelingen zijn legio van dit soort termijnen opgenomen. Als het bestuursorgaan niet op tijd een beslissing neemt, heeft dat echter geen directe gevolgen. Dat is alleen het geval wanneer de wettelijke regeling dit expliciet bepaalt. De Awb kent geen bepaling die het het CVZ onmogelijk maakt om alsnog een definitieve jaarafrekening vast te stellen. Gelet op het voorgaande heeft CVZ besloten uw bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Ook overigens ziet het CVZ geen aanleiding om het besluit van ………. te herzien.”

Het voorgaande wordt als stuitend ervaren. De rechtszekerheid wordt met voeten getreden. Bovendien is de beslissing onbegrijpelijk omdat CVZ in haar reactie eerst de grond van het aanhangig gemaakte bezwaar onderschrijft en vervolgens het bezwaar ongegrond verklaart. Tegenstrijdiger kan het niet. Ook doet CVZ mijns inziens ten onrechte een beroep op de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) om zich daarmee een legitimatie te verschaffen voor het te laat mogen vaststellen van de definitieve jaarafrekening.

Het voorgaande is voor mij dan ook aanleiding geweest om tegen deze uitspraak in beroep te komen bij de Rechtbank te Amsterdam. Zodra in deze beroepsprocedure het verweerschrift van CVZ wordt ontvangen zal ik u hierover informeren.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ bereid tot het treffen van een betalingsregeling inzake jaarafrekeningen

Op basis van de signalen die mij in de loop van de voorbije maanden hebben bereikt, heb ik bij de Nationale Ombudsman aandacht gevraagd voor het in vele gevallen onrechtmatig handelen van CVZ bij het opleggen van de definitieve jaarafrekeningen over 2006 en 2007. De onrechtmatigheid wordt veroorzaakt doordat CVZ de wettelijke termijn waarbinnen de definitieve jaarafrekening dient te worden opgelegd niet heeft gerespecteerd. De Nationale Ombudsman heeft toegezegd om de problemen voor te leggen aan de Minister van VWS en de Vaste Tweede Kamer commissie VWS.

In de contacten met de Nationale Ombudsman is tevens melding gemaakt van het feit dat CVZ in concrete gevallen heeft geweigerd om voor wat betreft de inning van de jaarafrekening tot een betalingsregeling te komen, dit nog los van de vraag of de jaarafrekening al dan niet rechtmatig tot stand is gekomen.

De Nationale Ombudsman heeft bewerkstelligd dat CVZ haar bereidheid tot het treffen van een betalingsregeling heeft uitgesproken en deze bereidheid voortaan op de jaarafrekening zal worden vermeld. Een regeling is mogelijk voor minimaal €50,- per maand gedurende maximaal 24 maanden.

De aankomende jaarafrekeningen zullen hier blijk van geven, maar mochten zich hierop uitzonderingen voordoen dan kunt u deze via uw vereniging bij mij kenbaar maken.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ geeft onjuiste voorlichting over bezwaarprocedure

CVZ verstrekt op haar eigen website voorlichting over het bezwaar. Deze voorlichting is te vinden op webpagina: http://www.cvz.nl/hetcvz/bezwaar/bezwaar.html, die laatstelijk is aangepast op 14 juni 2010. Op deze webpagina stelt CVZ dat er normaliter binnen 13 weken na ontvangst van uw bezwaarschrift wordt beslist op bezwaar en dat deze termijn hooguit met 4 weken kan worden verlengd. Voorts stelt CVZ dat er voor bezwaarmakers in het buitenland een andere beslistermijn geldt, hiermee suggererend dat de categorie die binnen 13 weken een beslissing op bezwaar kan verwachten de bezwaarmakers in Nederland betreft. De beslistermijn voor bezwaar buitenland zou volgens CVZ 19 weken bedragen na datum besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt en deze termijn zou met 6 weken kunnen worden verlengd.

Deze voorlichting is feitelijk onjuist. Allereerst maken de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bestuursrecht geen onderscheid tussen bezwaarmakers die in of buiten Nederland woonachtig zijn. Voorts is de beslistermijn voor alle beslissingen op bezwaar die in het kader van de Zorgverzekeringswet worden genomen eenduidig bepaald in artikel 69 lid 5b van de Zorgverzekeringswet. Deze beslistermijn bedraagt voor iedere bezwaarmaker 13 weken te rekenen vanaf de dag dat de termijn voor het indienen van het bezwaar is verlopen. De termijn voor het indienen van het bezwaar is verlopen na het verstrijken van 6 weken na datum besluit. In andere bewoordingen: CVZ dient binnen 19 weken na datum van het besluit waartegen u bezwaar maakt (bijvoorbeeld de datum van uw definitieve jaarafrekening) te beslissen op uw bezwaar en hierbij is het niet relevant waar u woont. CVZ kan de beslistermijn slechts éénmaal met 6 weken verlengen. De verlenging dient dan wel vóór het verlopen van de termijn schriftelijk aan bekend te zijn gesteld.

De onjuiste voorlichting is door mij voorgelegd aan de Nationale Ombudsman en die heeft toegezegd om hierover in overleg te treden met CVZ. Ik vertrouw er op dat dit tot spoedige aanpassing van de hiervoor genoemde webpagina van CVZ zal leiden.

Theo Sanders

…terug naar boven…

CVZ legt onterechte jaarafrekeningen ZVW-bijdrage 2006/2007 op + voorbeeld bezwaarschrift

Destijds bij de invoering van de Zorgverzekeringswet is ook de Regeling Zorgverzekering tot stand gekomen.

Deze Regeling regelt o.a. ook de termijnen die CVZ mag gebruiken voor het opleggen van de voorlopige en de definitieve jaarafrekening van de Zvw-Bijdrage,

Voor Nederlanders die in het buitenland wonen en Zvw-bijdrageplichtig zijn voor zowel de nominale alsook de inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage geldt, dat CVZ verplicht is om voor 30 september van enig jaar de voorlopige jaarafrekening over het afgelopen jaar te hebben uitgebracht. Dus de voorlopige jaarafrekening over 2009 moet voor 30 september 2010 zijn uitgebracht.

Wil CVZ over enig jaar nog wat van u vorderen via de definitieve jaarafrekening, dan is CVZ verplicht om deze definitieve jaarafrekening uiterlijk 6 maanden na het onherroepelijk worden van of uw ‘Aanslag Inkomstenbelasting’ of de ‘Beschikking Niet in Nederland belast inkomen’ uit te brengen. Het onherroepelijk worden van de Aanslag of de Beschikking ligt 6 weken na de datum waarop de Aanslag of de Beschikking is uitgebracht, mits u geen bezwaar heeft gemaakt.

De praktijk laat zien dat CVZ eerst nu massaal de definitieve jaarafrekeningen over 2006 is gaan versturen en in heel veel gevallen de wettelijke termijn van 6 maanden heeft genegeerd. Ook ten aanzien 2007 kan worden vastgesteld, dat CVZ in veel gevallen de wettelijke termijn van 6 maanden al heeft overschreden. U wordt middels de jaarafrekening wel verplicht om binnen enkele weken de volledige vordering te voldoen.

Kunt u hier iets tegen ondernemen? Het antwoord is JA.

Als CVZ bij het uitbrengen van de definitieve jaarafrekening de 6 maanden termijn heeft overschreden, heeft zij onrechtmatig gehandeld. U wordt aangeraden om bezwaar te maken tegen deze jaarafrekening volgens bijgevoegd voorbeeld. Wel even interpreteren wat voor u van toepassing is, of de Aanslag of de Beschikking en ook invulling geven aan het besluitnummer (zie jaarafrekening) en uw BSN (Burger Service Nummer). U moet er dan wel rekening mee houden dat het bezwaar bij het CVZ moet liggen voor dat er 6 weken na datum van uw definitieve jaarafrekening zijn verstreken. Om de verzending te bespoedigen kunt u ook gebruik maken van het faxnummer van CVZ 020-7978500.

Als u bezwaar heeft gemaakt zal – naar het huidig inzicht – CVZ genoegen moeten nemen met de gedurende het jaar door de pensioen-/uitkeringsinstanties ingehouden Zvw-bijdragen. Dus de inhoudingen van die instanties worden dan de eindheffing. CVZ zal bovendien moeten besluiten tot het nietig verklaren van de uitgebrachte definitieve jaarafrekening en zal het extra gevorderde bedrag niet meer kunnen innen.

Veel succes toegewenst.

T.P. Sanders

Voorbeeld bezwaarschrift beneden: (Plaats, Datum)
College voor Zorgverzekeringen
Afdeling Verzekering Burgers, team Bezwaar
Postbus 320
1110 AH Diemen, Nederland

Referte: besluitnummer …………….. en uw schrijven van (datum)

Betreft: Bezwaar tegen definitieve jaarafrekening over 2006 (BSN ……………..)

Geachte heer/mevrouw,

Bij deze maak ik bezwaar tegen de definitieve jaarafrekening over 2006 van (datum) met besluitnummer ………………….

De reden voor het bezwaar is gelegen in het feit dat u bij de vaststelling van de definitieve jaarafrekening over 2006 in strijd met het bepaalde in artikel 6.3.3 lid 3 van de Regeling Zorgverzekering heeft gehandeld.

Uw onrechtmatig handelen heeft betrekking op het niet respecteren van de bij voornoemde Regeling gegeven termijnen met betrekking tot zowel de voorlopige alsook de definitieve jaarafrekening. Immers de voorlopige jaarafrekening over 2006 heeft u mij voor 30 september 2007 moeten doen toekomen en deze heb ik nimmer van u mogen ontvangen. De definitieve jaarafrekening over 2006 heeft u mij moeten doen toekomen uiterlijk 6 maanden na het onherroepelijk worden van de ‘Aanslag 2006 Inkomstenbelasting Premie Volksverzekeringen’ ‘Beschikking 2006 Niet in Nederland belastbaar inkomen’ (kiezen welke van de twee van toepassing is). Daar de ‘Beschikking 2006 Niet in Nederland belastbaar inkomen’ is afgegeven op (datum) en uw definitieve jaarafrekening over 2006 eerst op (datum) tot stand is gekomen is de voornoemde termijn ruimschoots overschreden.

Op basis van het voorgaande mag ik er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat de gedurende 2006 gepleegde inhoudingen van de Zvw bijdrage door pensioen-/uitkeringsinstanties thans definitief en onherroepelijk zijn. Voorts zal de definitieve jaarafrekening over 2006 van (datum) vanwege onrechtmatigheid dienen te worden vernietigd.

Gelet op de onrechtmatigheid van uw handelen moge ik u bovendien verzoeken om gedurende de bezwaarprocedure tot opschorting van de betalingsplicht over te gaan en zonder tegenbericht uwerzijds ga ik er van uit dat dit verzoek zal zijn gehonoreerd.

In het vertrouwen u met het voorgaande voldoende te hebben geïnformeerd en in afwachting van uw antwoord op het verzoek opschorting betalingsverplichting en het besluit op bezwaar, teken ik,

Hoogachtend,

Download bezwaarschrift (.pdf)
Download bezwaarschrift (.doc)

…terug naar boven…