Artikelen omtrent de Zorgverzekeringswet

Noot: dit is de derde pagina met betrekking tot de veranderingen in de zorgverzekeringswet in 2006. De andere pagina´s vindt u hier:
2012201120102009 – 2008 – 20072006


Op deze pagina:
- Mededeling inhouding pensioenen – 7 augustus 2008
- Jaaroverzicht SBNGB 2007 – 7 maart 2008
- Hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep – 24 februari 2008
- Mededeling van het bestuur SBNGB – 19 februari 2008
- Mededeling SBNGB – Vonnis Rechtbank Amsterdam – 1 februari 2008
- Bericht van de Actiegroep vrije EU Migranten – 10 januari 2008

Mededeling inhouding pensioenen – 7 augustus 2008

Door een recente wetswijziging is met ingang van 1 augustus 2008 CVZ aangewezen als enig orgaan waar bezwaar kan worden gemaakt tegen de inhoudingen ingevolge de Zorgverzekeringswet. Lopende bezwaarschriften ingediend bij UWV, SVB etc. zullen verder door CVZ worden behandeld.

Tegen inhoudingen op pensioenen kon niet eerder bezwaar worden gemaakt. In de betreffende wet is bepaald dat ook tegen inhoudingen op bedrijfspensioenen bezwaar kan worden gemaakt bij CVZ.

Bedrijfspensioenen zijn geen wettelijke pensioenen. Volgens artikel 33 van EU verordening 1408/71 en een aantal arresten van het EU hof van Justitie is inhouding ten behoeve van de Zorgverzekeringswet niet toegestaan op niet wettelijke pensioenen. Minister Klink heeft dat in de Tweede Kamer bevestigd. Hij is daarover in discussie met de Europese Commissie.

Wel mogen de bedrijfspensioenen worden betrokken in de bepaling van de te betalen bijdrage. De te betalen bijdrage mag echter nooit hoger zijn dan het te ontvangen bedrag aan wettelijke pensioenen. (AOW etc). Niet inhouden op bedrijfspensioenen betekent dus niet dat er minder mag worden ingehouden. Is het wettelijk pensioen echter lager dan de totaal te betalen bijdrage dan mag die bijdrage niet hoger zijn dan het wettelijk pensioen.

Heeft u slechts een beperkte AOW uitkering of een ander wettelijk pensioen dat lager is dan de door CVZ vastgestelde te betalen bijdrage dan loont het om een bezwaarschrift in te dienen bij CVZ tegen inhouding op bedrijfspensioenen.

Download beneden een voorbeeld van een mogelijk bezwaarschrift tegen de inhouding op bedrijfspensioenen.

Het bestuur

Voorbeeld bezwaar tegen pensioeneninhouding (.pdf)
Voorbeeld bezwaar tegen pensioeneninhouding (.doc)

…terug naar boven…

Jaaroverzicht SBNGB 2007 – 7 maart 2008

Inleiding

Het jaar 2007 kenmerkte zich op bestuurlijk niveau door rust. Er vonden geen mutaties plaats in het bestuur. Wel werd uit kostenoverwegingen de officiële vestiging van de Stichting in februari 2007 overgebracht van den Haag naar het adres Eldrikseweg 1, 6968 BR in Angerlo.
Voorafgaand aan de zitting van de Raad van State over de hoogte van de bijdragen kwam het bestuur op 25 maart 2007 bijeen in Den Haag. In deze vergadering werden ondermeer de jaarstukken over het jaar 2006 vastgesteld. In de loop van het jaar vonden de noodzakelijke contacten tussen de bestuursleden plaats via email en per telefoon.

Processen

Zowel voor het keuzerecht als voor de hoogte van de bijdrage werden in 2006 een aantal proefpersonen geselecteerd die een bezwaarschrift hadden ingediend bij SVB/CVZ. Met SVB/CVZ werd overeengekomen dat zij voor die proefpersonen een beslissing op het bezwaarschrift zouden nemen, waartegen dan vervolgens in beroep kon worden gegaan bij de bestuursrechter, in dit geval de Raad van State. Dit leidde tot een zitting over het keuzerecht bij de Raad van State op 19 december 2006. Over de hoogte van de bijdrage werden eveneens beroepschriften ingediend bij de Raad van State. Deze zitting vond plaats op 27 maart 2007. Op dat moment had de Raad van State nog geen uitspraak gedaan over het keuzerecht.
Op 25 april 2007 deed de Raad van State eindelijk uitspraak in beide zaken. In beide gevallen werd tot een zeer teleurstellend en onbegrijpelijk “Niet ontvankelijk” besloten. Wel gaf de Raad van State aan dat bezwaar kon worden gemaakt tegen de instanties die de heffingen uitvoerden, in casu de SVB en CVZ.

Inmiddels had de Nederlandse overheid de Zorgverzekeringswet aangepast en kon, na het opnieuw doorlopen van een formele bezwaarprocedure bij SBV en CVZ, beroep worden aangetekend bij de bestuursrechter in Amsterdam.

Op 23 november 2007 vond de zitting plaats bij de Rechtbank in Amsterdam, waarbij zowel het keuzerecht als de hoogte van de bijdragen werd behandeld. Op 1 februari 2008 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan en al onze eisen afgewezen. Gezien de zeer summiere en naar de mening van de Stichting onjuiste uitspraak is besloten beroep tegen deze uitspraak in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht.

Overige maatregelen

In de loop van het jaar werd meerdere malen getracht in gesprek te komen met de minister van VWS. Ook werd getracht in gesprek te komen met een aantal kamerleden. De penningmeester heeft een tweetal malen uitvoerig met een Tweede Kamerlid gesproken en hem uitvoerig voorgelicht over de problematiek.
Op 7 september 2007 werd de minister schriftelijk, onderbouwd met diverse voorbeelden en berekeningen, nog eens uitgebreid gewezen op de problematiek en het inconsequente handelen van de minister ten opzichte van zijn eigen publicaties. Ook de vaste commissie VWS van de Tweede Kamer werd uitgebreid, schriftelijk, voorgelicht over de diverse problemen met de Zorgverzekeringswet.
Op 19 november 2007 hebben de voorzitter en de penningmeester de SVB bijeenkomst “Over de grens” bijgewoond. Getracht werd daar gehoor te vinden voor onze problemen tijdens het politiek forum. Helaas werd dit, na een aanvankelijke toezegging tot het stellen van vragen, kortweg afgekapt. De PvdA vertegenwoordiger, Ton Heerts, ging zelfs zover om stellig te beweren dat er toch niets zou veranderen. Aan het eind van die bijeenkomst werd de voorzitter benaderd door een vertegenwoordiger van het ministerie met het verzoek om nog in die week een gesprek te komen voeren op het ministerie. Dit gesprek vond plaats op 22 november. De gehele problematiek kwam uitgebreid aan de orde. Van de zijde van het ministerie werd uitdrukkelijk gesteld dat het keuzerecht niet aanvaardbaar was, omdat dat niet zou worden toegestaan door de overige leden van de EU. De overige zaken waren wel bespreekbaar, maar hebben (nog) niet tot resultaat geleid. Aan het eind van de bespreking werd het door de minister op dezelfde dag aan de Tweede Kamer gepresenteerde “Masterplan” overhandigd aan de voorzitter en de penningmeester.

Uitvoerige bestudering van het Masterplan gaf aan dat de minister op geen enkele wijze rekening had gehouden met de eerder aan hem ter kennis gestelde problemen. Dit gaf weer aanleiding tot een tweetal uitgebreide reacties op dit Masterplan naar de minister en de vaste commissie VWS, alsmede een aantal kamerfracties.

Ook werd getracht de pers te interesseren voor onze problematiek. Diverse kranten en weekbladen kregen kopieën toegestuurd van de stukken die naar de minister en vaste commissie VWS zijn gestuurd. Helaas was de reactie tot dusver teleurstellend.

Financiën

In het jaar 2007 werd € 76.913 besteed aan gerechtelijke procedures en juridische adviezen. Hiervan had circa € 20.000 betrekking op de procedures bij de Raad van State. De totale kosten voor de procedures bij de Raad van State kwamen daarmede op een bedrag van circa € 110.000. Een aanzienlijk deel van de door onze raadsheren in deze zaak verrichte werkzaamheden kon worden aangewend voor de latere procesvoering bij de bestuursrechter. Het resterende bedrag van circa € 57.000 in 2007 had betrekking op de procedures bij de Rechtbank in Amsterdam.

De totale kosten van de Stichting in 2007 ten bedrage van € 77.320 werden geheel door de participanten, conform de daarover afgesproken verdeelsleutel, gefinancierd.

Het batig/nadelig saldo voor de Stichting bedraagt derhalve € 0.

Voor de controle van de jaarstukken werd door het bestuur benoemd de heer M.J. Hooft van Huysduynen RA.

Het bestuur

C.H. van der Wiel, J.P.J. Hueber, A. Kiffen
F.H.J.J. Andriessen, J.C. Ramaer, J.K. Vreeswijk
H.C.J. Hendriks

…terug naar boven…

Hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep – 24 februari 2008

In de proefprocedures is vandaag, 22 februari, hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht tegen de teleurstellende uitspraken van de Rechtbank Amsterdam. Een geanonimiseerde versie van het hoger beroepschrift kunt u onderaan downloaden.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter in deze bestuursrechtelijke procedures. Tegen een onverhoopte teleurstellende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep staat dus geen beroep open.

Helaas kunnen wij tegen de Zorgverzekeringswet geen rechtstreeks beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg. Wel kan de nationale rechter een prejudiciële vraag stellen door de zaak te “verwijzen” naar het Hof van Justitie; het is echter aan de nationale rechter om dat te beslissen. De rechter in laatste instantie (en dat is de Centrale Raad van Beroep) is evenwel verplicht een prejudiciële vraag te stellen wanneer hij twijfelt over de uitleg van Europees recht.

Bestuur SBNGB

Hoger Beroep CRvB_Anoniem – 24 februari 2008 (.doc)

…terug naar boven…

Mededeling van het bestuur SBNGB – 19 februari 2008

Naast de juridische wegen bewandelt het bestuur ook andere paden om de doelstellingen van de stichting te bewerkstelligen. In het verleden hebben wij u in dit verband in kennis gesteld van correspondentie met het ministerie VWS van en de vaste Kamercommissie. Naar aanleiding van onze brieven aan het ministerie van 7 september en 2 en 17 december 2007 ontvingen wij een reactie van de minister aan het bestuur van de stichting waarin ons wordt medegedeeld dat de minister bereid is een van onze verzoeken te honoreren. Het gaat daarbij om het recht op zorg in Nederland. Gemakshalve citeren wij hierbij uit de genoemde brief van de minister gedateerd 8 februari 2008.

Van uw kant zijn ook bezwaren naar voren gebracht over de onmogelijkheid van gepensioneerden om zich in Nederland te laten behandelen. Op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening kunnen Nederlandse gepensioneerden die in het buitenland wonen zich namelijk alleen in Nederland laten behandelen als het orgaan van de woonplaats hiervoor toestemming heeft verleend. In de praktijk, zo stelt u, wordt deze toestemming nauwelijks verleend. Graag verklaar ik mij bereid om op dit punt de positie van Nederlandse gepensioneerden te verbeteren. Uiteraard kan ik niet bewerkstelligen dat een buitenlands orgaan standaard toestemming verleent voor een behandeling in Nederland. Het buitenlandse orgaan moet immers deze behandeling betalen en maakt hierbij zijn eigen afweging. Daarom overweeg ik om het onder de gemoderniseerde Europese sociale zekerheidsverordening, EG. nr. 8831/2004, mogelijk te maken dat Nederlandse gepensioneerden in het buitenland ook zonder toestemming van een buitenlands orgaan zorg in Nederland in kunnen roepen. Uiteraard kan dit consequenties hebben voor de toekomstige berekening van de woonlandfactor maar hier heb ik ten algemene in het ‘Masterplan buitenland” al naar verwezen.

Getekend Dr. A klink

Hoe deze regeling zal worden gestructureerds is ons nog niet bekend. Zoals reeds in de brief vervat, moet rekening worden gehouden met een poging hiermee een aanpassing van de woonlandfactoren te rechtvaardigen. Op voorhand zullen wij de minister er nogmaals op wijzen dat op basis van door ons aangetoonde cijfers wij de nu reeds bestaande factoren volstrekt onacceptabel vinden en dat derhalve een verdere verhoging nooit gerechtvaardigd zal kunnen worden.

Het bestuur SBNGB

Dit artikel kunt u hier onder downloaden.

artikel re brief Klink – 19 februari 2008 (.doc)

…terug naar boven…

Mededeling SBNGB – Vonnis Rechtbank Amsterdam – 1 februari 2008

MEDEDELING STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENIONEERDEN IN HET BUITENLAND

Op 1 februari bereikte ons het vonnis van de Rechtbank in Amsterdam Sectie Bestuursrecht Algemeen in de zaken zoals die waren aangespannen door enkele individuele leden van de onder de stichting ressorterende landenorganisaties tegen CVZ en de SVB. De betreffende zitting vond plaats op 23 november 2007.

Beneden dit artikel kunt u het complete vonnis downloaden.

Kort samengevat is onze conclusie als volgt.

De rechtbank Amsterdam is ingegaan op de inhoudelijke kant van de zaak, maar heeft de beroepen helaas verworpen. Tegen de uitspraken van de rechtbank zal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Die zal moeten oordelen of de rechtbank al dan niet terecht het keuzerecht heeft ontkend en al dan niet terecht de woonlandfactor geldig heeft geacht.

Ten aanzien van het keuzerecht heeft de rechtbank haar redenering vooral gebaseerd op (veronderstelde) doel en de strekking van Verordening 1408/71. Het betreft hier eigen opvattingen van de rechtbank. De rechtbank gaat daarbij voorbij aan de tekst van art. 33 van de Verordening waarin is bepaald dat van personen die niet ten laste van Nederland komen ook geen bijdragen mogen worden geheven. Met name in die gevallen waarin AOW-gerechtigden zich niet hadden ingeschreven in hun woonland en een (niet-Nederlandse) particuliere verzekering hadden, valt niet goed te begrijpen dat de rechtbank aan de bewoordingen van art. 33 voorbij is gegaan.

Ten aanzien van de woonlandfactor voert de rechtbank een marginale toets uit en concludeert dat de minister in redelijkheid tot de woonlandfactorregeling heeft kunnen komen (de rechtbank vraagt zich dus niet af of een andere regeling beter was geweest, maar vraagt zich af in hoeverre déze redelijk is). De rechtbank concludeert ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel terecht dat gepensioneerden in Nederland en buiten Nederland niet gelijk zijn, maar dat laat onverlet dat de benadering van het Ministerie in onze opvatting apert onredelijk uitwerkt. De rechtbank verwerpt onze argumenten zonder inhoudelijk motivering.

Dit vonnis, alhoewel zeker niet positief in het licht van onze doelstellingen, wordt desondanks gekenmerkt door een aantal zeer duidelijk aanknopingspunten voor een beroepsmogelijkheid zoals die ons ter beschikking staat bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht.

Na intern overleg met onze raadsheren, heeft het bestuur dan ook unaniem besloten tegen het genoemde vonnis in beroep te gaan.

Namens het bestuur van SNBGB

Het complete vonnis kunt u hier onder downloaden.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam – 1 februari 2008 (.pdf)

…terug naar boven…

Bericht van de Actiegroep vrije EU Migranten – 10 januari 2008

(korte samenvatting)

Sinds kort ontvangen wij e-mails van ongeruste gepensioneerde Nederlanders die klagen over een brief van de Nederlandse belastingdienst. In deze brief stelt de BD, zonder enige ruggespraak met de betrokkene, zijn of haar inkomen vast op € 41.000.

Wij kunnen geen andere conclusie trekken dan dat dit weer de zoveelste poging tot intimidatie is van de Nederlandse overheid, nu gespeeld via de belastingdienst. Wij herinneren ons nog heel goed hoe de migranten door het CVZ met hel en verdoemenis werden bedreigd als zij zich niet zouden aanmelden bij zowel het CVZ, als ook bij het lokale ziekenfonds in het woonland. Overigens bleek later dat dit laatste dus niet verplicht was, ondanks eerdere beweringen van de overheid.

Hieruit blijkt weer eens dat de Nederlandse overheid de koninklijke weg volkomen kwijt is geraakt en tegen deze, in het buitenland wonende kwetsbare groep, een waar schrikbewind voert. ………………

Het gehele bericht en voorbeelden van een bezwaarschrift naar de Belastingdienst buitenland te Heerlen kunt u hier onder downloaden.

Bericht van de Actiegroep vrije EU Migranten – 10 januari 2008 (.doc)
Bericht van de Actiegroep vrije EU Migranten – 10 januari 2008 (.pdf)

…terug naar boven…