Artikelen omtrent de Zorgverzekeringswet

Noot: dit is de tweede pagina met betrekking tot de veranderingen in de zorgverzekeringswet in 2006. De andere pagina´s vindt u hier:
20122011201020092008 – 2007 – 2006
Niet alle documenten (bezwaarschriften, modelbrieven, calculaties etc.) zijn opgenomen in deze pagina. Wilt u deze documenten toch inzien, neem dan contact op met het secretariaat.


Op deze pagina:
- Brief aan Minister Klink – 17 december 2007
- Meer keuzemogelijkheden voor PHILIPS-Gepensioneerden
- Mededeling SBNGB – 03 december 2007
- Procesgang 23 november 2007 – Ooggetuigeverslag
- Procesgang 23 november 2007 – Samenvatting
- MEDEDELING SBNGB AAN COMMISSIELEDEN VWS – 08 november 2007
- Versnelde behandeling proefprocedures bij de Rechtbank Amsterdam – 24 september 2007
- Aanvullend bezwaarschrift niet ontvankelijk – 18 september 2007
- Nieuwe proefprocedures bij de Rechtbank Amsterdam – 14 september 2007
- Stand van zaken rechterlijke procedure – 3 sept. 2007
- Mededeling SBNGB – 23 juli 2007
- Mededeling van onze advocaat inzake start proefprocedures – 21 juli 2007
- Aanvullende bezwaarschriften – 4 juli 2007
- Aanvullende mededeling betreffende concept bezwaarschriften – 29 juni 2007
- Reactie CVZ op bezwaarschriften 26 juni 2007
- Oproep SVB enquête 15 juni 2007
- Aanvullende informatie aangaande eerder gepubliceerde standaardbezwaarschriften – 15 juni 2007
- Bezwaarschrift tegen inhouding op de AOW – 5 juni 2007
- Stand van zaken aangaande procesvoering CVZ/SVB
- Uitspraak Raad van State inzake keuzerecht en woonlandfactor 25 april 2007
- Collectieve zorgverzekering!!
- Advies opgaaf wereldinkomen 10 april 2007
- Mededeling bestuur Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden
in het Buitenland (SBNGB) 2 april 2007

- Oproep aan gedupeerden van de Nederlandse Zorgverzekeringswet 31 maart 2007
- Raad van State 27 maart 2007

Brief aan Minister Klink – 17 december 2007

Aanvullende reactie op het masterplan, zie artikel “Mededeling SBNGB – 3 december 2007″ elders op deze pagina.
De brief en de bijlage kunt u bij ons opvragen.

…terug naar boven…

Meer keuzemogelijkheden voor Phiips gepensioneerden

Recent heeft nader overleg tussen Philips en IAK Verzekeringen geresulteerd in de mogelijkheid voor Philips-gepensioneerden in het buitenland om – naast het Aanvullend Woonlandpakket – nu ook te kunnen kiezen voor een volledige IAK-Buitenlandverzekering.

Graag geven wij de reactie weer van de heer H. Hendriks, CEO van Philips Electronics Nederland.

Bestuur SBNGB
De tekst daarvan kunt u bij ons opvragen.

…terug naar boven…

Mededeling SBNGB – 3 december 2007

Zoals bekend vond op 23 november het proces plaats van onze stichting de SBNGB tegen CVZ en SVB voor de bestuursrechter in Amsterdam; de herhaling van onze zaak eerder dit jaar voor de Raad van State die zonder vonnis was gebleven. Elders op onze site vindt u een uitvoerige verslaggeving daarover.
Een delegatie van het bestuur heeft gebruik gemaakt van hun bezoek aan Nederland aldaar verdere gesprekken te voeren ten behoeve van onze zaak waarbij ons het eerder reeds aangekondigde Masterplan Buitenland ter hand werd gesteld aangaande buitenlandaspecten van de Zorgverzekeringswet.

Duidelijk daaruit werd dat onze input daarvoor aangeleverd, volledig terzijde is geschoven en de minister onverdroten is doorgegaan met het verstrekken van foutieve en incorrecte informatie. Teneinde te voorkomen dat de vaste kamercommissie zich bij de behandeling van genoemd document kan beroepen op een gebrek aan objectieve kennis van de werkelijke situatie, heeft het bestuur gemeend formeel te moeten reageren met een brief aan de minister met een kopie aan de vaste kamercommissie VWS.
De tekst daarvan kunt u bij ons opvragen.

…terug naar boven…

Procesgang 23 november 2007 – Ooggetuigeverslag van twee van onze bestuursleden

DE AMSTERDAMSE RECHTBANK – Pleidooien en Vragen
Men stelle zich voor:
Een collectief systeem van sociale zekerheid:

* Dat alle expat-gepensioneerden onder dreiging van een boete dwingt tot inschrijving, zonder dat daartoe een verplichting bestaat.
* Dat de met jarenlange bijdragen in Nederland verkregen rechten eenzijdig opzegt, in Nederland een alternatief aanbiedt, maar de expats verwijst naar een ziekenfonds in hun land, dat vaak minimaal is en weinig of geen AWBZ-dekking biedt.
* Dat ex-ziekenfonds patiënten (ca. 60.000) niet langer toestaat zich te laten behandelen in Nederland, waardoor zij moeten terugvallen op een lager niveau van sociale verzekering, met alle taal- en andere problemen van dien.
* Dat ex-particulier verzekerden (ca. 40.000) veroordeelt tot een toestand waarin zij vaak wegens hun leeftijd of een medische “voorgeschiedenis” niet meer de onmisbare aanvullende particuliere verzekering kunnen afsluiten – in ieder geval hen dwingen tot hogere kosten en minder goede hulp.
* Dat Nederland bij expat-gepensioneerden bijdragen in rekening brengt die gerelateerd zijn aan de door de AWBZ veroorzaakte hoge binnenlandse premies, terwijl Nederland aan de woonlanden forfaitaire vergoedingen betaald die zijn gerelateerd aan de gemiddelde kosten van gepensioneerden,
* Dat alles onder het motto: “solidariteit” (zie “Masterplan buitenland”)

Dit systeem wordt nu bekeken door rechters die tijdens de zitting blijk gaven de materie zeer grondig bestudeerd te hebben. De vragen die zij stelden waren ter zake en scherp. Dat bepaalde de sfeer tijdens een zitting, die met twee korte pauzes 6 uren duurde. Welk een contrast met de Raad van State!
Gezien de gecompliceerde materie kon de President niet een uitspraak binnen zes weken beloven.
Hoe de uitspraak zal uitvallen voor de gedupeerden blijft natuurlijk onzeker. De President noemde twee mogelijkheden: (a) een vonnis, of (b) een z.g. “tussenvonnis”. In het laatste geval legt de Rechtbank vragen voor aan het Europese Hof – met name over vragen als: Is art. 69 van de toepassingswet in strijd met de vrijheid van verkeer binnen de Europese Unie, alsook de vraag of de coördinatierichtlijn 1408/71 aan de gepensioneerde keuzevrijheid laat.
De verdediging van de gedaagden (CVZ en SVB) was op de meeste punten een herhaling. Aan het brilliante betoog van onze advocaten Pijnacker Hordeijk en Geurssen zal het overigens niet liggen! Bovenstaande punten werden stuk voor stuk helder op de korrel genomen. Dat moge blijken uit het onderstaande.

Mr. F.H.J.J. Andriessen
Dr. J.C. Ramaer

…terug naar boven…

Procesgang 23 november 2007 – Samenvatting

Dit is een samenvatting van ca 300 bladzijden beroepschriften, verweerschriften en pleitnota’s (ontdaan van juridisch jargon). Voor dit monnikenwerk gaat onze oprechte dank uit naar de opstellers die anoniem willen blijven.
Over de zitting van vrijdag 23 november.

Nog even voor de duidelijkheid de volgorde van procederen:

1. U bent het niet eens met een beschikking van bv de SVB;
2. U dient hierover een bezwaarschrift in bij de SVB;
3. De SVB wijst Uw bezwaar af;
4. U gaat hierover in beroep bij de rechter middels een beroepschrift;
5. De tegenpartij (bv de SVB) verdedigt zich bij de rechter middels een verweerschrift;
6. Op de zitting mag iedere partij een mondelinge toelichting geven a.d.hand van een pleitnota.

Korte samenvatting van de standpunten van “de pensionado’s”, het CVZ en de SVB.

Ons Beroepschrift.

Begonnen werd met een verzoek om
a) samenvoeging van behandeling van de beroepen ‘keuzerecht’ en ‘woonlandfactor’;
b) versnelde behandeling van deze zaken.
Dit verzoek werd door de rechter ingewilligd.

Onze advocaat stelde mbt het keuzerecht, (net zoals vorig jaar voor de Raad van State):
- een in een EEG-land wonende Nederlander kan niet door Nederland verplicht worden om zich bij het ziekenfonds van zijn woonplaats in te schrijven; hij mág dat doen als hij dat wil. Schrijft hij zich niet in bij het ziekenfonds van de woonplaats, dan mag Nederland ook geen premie heffen.
- het zich verplicht inschrijven bij het ziekenfonds van de woonplaats levert een belemmering op van het vrije verkeer binnen de EEG;
M.b.t. de woonlandfactor: de woonlandfactor is onjuist berekend, omdat Nederland bij de vaststelling daarvan de gemiddelde ziektekosten van het woonland vergelijkt met die van Nederland; vergeleken zouden moeten worden: de gemiddelde ziektekosten van de pensionado’s in het woonland met die van 65+ers in Nederland.

SVB en CVZ dienden allebei verweerschriften in inzake de woonlandfactor, de SVB ging ook in op het keuzerecht.

Verweer SVB:

Inzake het keuzerecht:
- de EG-verordening waarop art. 69 Zorgverzekeringswet is gebaseerd is een socialezekerheidsregeling; het gaat niet om het op elkaar afstemmen van de regels in de EEG-landen;
- dat vindt het BundesSozialGericht in Duitsland ook, en de EEG-landen moeten, wat rechtspraak betreft, één lijn trekken;
- en als het alléén zou gaan om het op elkaar afstemmen van nationale regels, dan gaat in dit geval het Nederlandse recht vóór;
- bovendien kan het niet zo zijn dat een pensionado zich naar eigen goeddunken, bv omdat hij ziek wordt, later alsnog kan gaan inschrijven bij het ziekenfonds van zijn woonplaats.

Inzake de woonlandfactor:
- het gaat bij de woonlandfactor om de hoogte van de bijdrage en die moet dus volgens dezelfde methodiek worden vastgesteld als de bijdrage in Nederland; er kan daarbij geen onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën personen, de leeftijd (bv pensionado-zijn) mag dus geen rol spelen;
- bovendien is een leeftijdonafhankelijke bijdrage een kwestie van solidariteit (het zg.solidariteitsprincipe in de sociale wetgeving)

Verweer CVZ: Het CVZ houdt t.a.v. de woonlandfactor een betoog dat erop neer komt, dat de Minister in alle redelijkheid tot déze vaststelling van de woonlandfactor heeft kunnen komen.
Het stelt voorop:
- bij de vaststelling van de woonlandfactor gaat het niet om een vergelijking op basis van de INHOUD van de zorg. Dat is niet mogelijk omdat AWBZ-achtige voorzieningen in de woonlanden soms via een ziektekostenverzekering of een sociale voorziening worden verstrekt(weliswaar alleen aan de laagste inkomens).
- dus is gekozen voor een vergelijking op basis van de gemiddelde zorgkosten per inwoner in de verdragslanden.
- overigens, als een AWBZ-factor niet zou worden opgenomen bij de berekening van de woonlandfactor, dan zou toch wél weer gekeken worden naar de inhoud van de verschillende pakketten in de landen.
- volgens de Europese wet hoeft er niet eens een relatie te zijn tussen de hoogte van de geheven premie en de aangeboden zorg in het woonland. De premie zou zelfs hetzelfde mogen zijn als de premie in Nederland.

Het stelt verder:
- dat je niet, zoals in het beroepsschrift wordt voorgesteld, pensionado’s jonger én ouder dan 65 jaar én al hun gezinsleden in een woonland kunt vergelijken met alléén maar de 65+ers in Nederland, dat zou appels en peren vergelijken zijn.
- dat bij het laten vervallen van de AWBZ-component, de woonlandfactor omhoog zou gaan, en hierdoor de inkomensafhankelijke premie, én de basispremie hoger zouden uitvallen. Dit zou vooral ongunstig uitpakken voor de lagere inkomens, waar de basispremie een relatief groot aandeel van de totale premie uitmaakt..

Het CVZ concludeert dat het gelijkheidsbeginsel niet geschonden wordt en het vrije verkeer van personen niet wordt belemmerd door de thans gevolgde wijze van berekening van de woonlandfactor.

Pleitnota onze advocaat.

Onze advocaat begint in de pleitnota met het aantonen van de ontvankelijkheid van alle nu ingediende beroepen.

Hierna gaat hij over tot de eigenlijke zaak:

- wat het keuzerecht betreft herhaalt onze advocaat dat er in de woonlanden pas recht op zorg ontstaat vanaf het moment van inschrijven bij het ziekenfonds terplaatse. Het ziekenfonds betaalt niet voor ziektekosten, gemaakt vóór de inschrijving.
Dus: zonder inschrijving géén recht op zorg!
- hij toont verder aan dat in een belangrijk arrest (vd Duin), de betrokkene juist wél keuzerecht had, afhankelijk van het feit of hij wél of níet had ingeschreven bij het ziekenfonds van het woonland.
Een groot verschil tussen de situatie destijds van v/d Duin en die van appellanten van nu is dat de nu in het buitenland wonende gepensioneerden zijn uitgesloten van de Nederlandse sociale zekerheid. Vroeger was dat niet zo! Nu moet er alleen een bijdrage worden betaald, vroeger kon v/d Duin zélf beslissen (door zich in-of uit- te laten schrijven) of hij in Nederland of in het buitenland verzekerd wilde zijn. En dit komt niet door een verandering in het Europese recht, neen, dit komt door verandering in de Nederlandse sociale wetgeving!.

Het gaat dus eigenlijk uitsluitend om de uitleg van art. 33 van 1408/71:
Nederland mag alléén een bijdrage heffen voor zover prestaties (28/28bis) voor rekening van Nederland komen.
Eigenlijk staat er nu vast dat niet bij het woonland-ziekenfonds ingeschreven personen niet ten laste komen van Nederland.
Dus: er kan ook geen premie worden geheven!

Art. 69 Zvw is er ook niet om “er voor te zorgen”, dat gepensioneerden in het woonland recht hebben op zorg. Het is er kennelijk omdat Nederland de “National Health” heeft ingevoerd en nu van alle Nederlanders in het buitenland een premie probeert te innen, ook al heeft men geen recht op de (Nederlandse) National Health!

Wat de woonlandfactor betreft:
- het gaat hier om de onmiskenbare schending van het gelijkheidsbeginsel. En wel op een bijzondere manier: het gaat niet om ongelijke behandeling van gelijke gevallen, néén, het gaat om gelijke behandeling van ongelijke gevallen!!
De Nederlanders in het buitenland moesten AWBZ betalen terwijl er geen AWBZ was en uiteraard nog steeds niet is.
In Nederland is er zorg: “cure” en AWBZ: “care”. In het buitenland is er meestal géén “care’. Zodoende wordt er in het buitenland uiteraard aan de gepensioneerden meer “cure” verstrekt dan aan jongeren. In Nederland echter, wordt er onevenredig vele malen meer dan in het buitenland, verstrekt aan gepensioneerden (vanwege de aanwezigheid van de “cure” én de “care”), dan aan jongeren.
Voorzover de overheid minder voor een gepensioneerde betaalt aan een woonland dan de kosten van een gepensioneerde in Nederland, maakt de overheid dus “winst”.
Derhalve moet bij het bepalen van de bijdrage de gemiddelde kosten van gepensioneerden met elkaar vergeleken worden en niet de kosten van de gemiddelde inwoner,zoals de SVB betoogt.
De buitenlandse gepensioneerden willen ook niet een “leeftijdsafhankelijke” woonlandfactor. Zij vinden alleen dat grote ongelijkheden tussen de zorgkosten voor een gepensioneerde in Nederland en die in het woonland onrechtvaardig doorgevoerd worden in de te betalen bijdrage. Vooral ook omdat de bijdrage geen premie is, maar een bijdrage ter dekking van de kosten in het woonland.
Onze advocaat concludeert dat alle argumenten, die het SVB tégen schending van het gelijkheidsbeginsel aanvoert, dus ongegrond zijn.

Pleitnota SVB.

Door het SVB wordt voornamelijk herhaald wat in het verweerschrift werd gesteld.
Voornaamste punten:
- de regeling 1408/71 is een sociale verzekeringsregel, zoals ook is vastgesteld door het BundesSozialGericht;
- de opheffing van de particuliere verzekeringen per 1 januari 2006 was slechts een regulerende maatregel;
- de bestaande berekening van de woonlandfactor is redelijk en billijk.

Pleitnota CVZ.

Ook door het CVZ wordt voornamelijk herhaald wat in het verweerschrift werd gesteld:
- de gepensioneerde in het buitenland moet betalen voor het recht op zorg, of hij zich nu inschrijft of niet;
- een verslechtering van de levensstandaard van eisers is door hen niet aangetoond.
Wat de woonlandfactor betreft:
- het CVZ beargumenteert m.b.t. de woonlandfactor dat er ongetwijfeld vele manieren zijn om een woonlandfactor te bepalen. De door de Minister gekozen methode voldoet aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, zoals de wet vereist, en is daarmee volgens het CVZ volledig rechtsgeldig.

We wachten af wat de rechter zal beslissen.
Onze eisen zijn vanaf het allereerste begin niet veranderd: vernietiging van de besluiten waar thans door ons bezwaar tegen wordt gemaakt::
- ontkenning van keuzerecht
- berekening woonlandfactor.
Het is aan de rechter hier direct een uitspraak over te doen óf eerst prejudicieel advies te vragen aan het Europesche Hof over de uitleg van art. 33 van de Verordening 1408/71.

…terug naar boven…

Mededeling SBNGB aan commissieleden VWS – 08 november 2007

In het kader van het masterplan voor de zorg dat momenteel in voorbereiding is, hebben wij in eerder stadium contact opgenomen met de minister met de bedoeling daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan de representatie daarin van onze zaak. Onze brief bevatte uitgebreide cijfermatige onderbouwing.

Tot op heden hebben wij daarop geen enkele reactie ontvangen en ook hebben meerdere pogingen om tot een gesprek te komen met de minister niet tot het gewenste resultaat geleid. Voor ons is dit aanleiding geweest onderstaand bericht te sturen aan de vaste kamercommissie van VWS met de bedoeling dat alsnog deze zaak de vereiste aandacht krijgt en wel op basis van de juiste gegevens.

Het complete artikel en de brief zijn bij de NCA op te vragen.

…terug naar boven…

Versnelde behandeling proefprocedures bij de Rechtbank Amsterdam

24 september 2007
De Rechtbank Amsterdam heeft in de zeven proefprocedures tegen de besluiten van SVB het verzoek tot versnelde behandeling ingewilligd. Bij versnelde behandeling zal de Rechtbank zelf de verkorte termijnen bepalen. Hoe snel één en ander zal verlopen hangt dus af van de Rechtbank. Ter indicatie: de Raad van State heeft vorig jaar het verzoek om versnelde behandeling ingewilligd. Bij de Raad van State zijn vorig jaar op 18 september beroepschriften ingediend en vond op 19 december de zitting plaats. Bij de Rechtbank Amsterdam zijn de beroepschriften op 13 september ingediend.

Op het verzoek om versnelde behandeling van de proefprocedures tegen de besluiten van CVZ hebben wij nog geen antwoord van de Rechtbank Amsterdam. Het zou echter vreemd zijn die procedures niet parallel te behandelen.

…terug naar boven…

Aanvullend bezwaarschrift niet ontvankelijk – 18 september 2007

Aanvullende bezwaarschriften tegen de Mei-specificatie 2007, door de groep niet-appellanten van onze achterban gericht aan de SVB, zijn door deze organisatie in sommige gevallen beantwoord met een beslissing dat het bezwaar niet ontvankelijk is. Motivering : “Aangezien U met uw bezwaarschrift alleen beoogd heeft (wederom) bezwaar te maken tegen de al eerder vastgestelde inhouding van de bijdrage ZVW buitenland is de specificatie over mei 2007 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Bezwaar is alleen mogelijk tegen een besluit van een bestuursorgaan”.
Onze advocaat reageert hierop als volgt : “Om een risico van formele rechtskracht te voorkomen (oftewel dat de SVB zegt : u hebt berust in onze afwijzing en daarmee bent u uitgepraat) is het wenselijk dat betrokkene een pro forma-beroep instelt bij de rechtbank. Een model beroepsschrift kunt u hier downloaden. De kosten voor betrokkene bedragen € 39,- griffierecht.

NB Bezwaarschriften die na de daarvoor gestelde termijn van zes weken werden ingediend worden eveneens niet ontvankelijk verklaard. Hiervoor is het beroepsschrift niet bedoeld.

Het bestuur van de SBNGB

…terug naar boven…

Nieuwe proefprocedures bij de Rechtbank Amsterdam – 14 september 2007

Bij de Rechtbank Amsterdam zijn tien nieuwe proefprocedures gestart over zowel het keuzerecht als de woonlandfactor.

Bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) lagen van vijf appellanten uit de oude beroepsprocedures nog bezwaren tegen de inhouding van de Zvw-bijdrage op hun AOW-uitkering. Na een beslissing op bezwaar van de SVB is daar nu beroep tegen ingesteld. Daarnaast zijn twee personen die net 65 jaar zijn geworden bereid gevonden deel te nemen aan de proefprocedures. Zij hebben een (eerste) besluit van de SVB ontvangen waarin wordt aangegeven dat zij recht hebben op een AOW-uitkering en dat een Zvw-bijdrage gaat worden ingehouden op hun uitkering. Daar is bezwaar tegen aangetekend en tegen de beslissing op bezwaar is nu ook beroep ingesteld.

Daarnaast heeft het CVZ besluiten genomen die voor bezwaar vatbaar zijn. Dat zijn de voorlopige jaarafrekeneningen voor 2006. Drie appellanten uit de oude beroepsprocedures hadden zo’n voorlopige jaarafrekenening ontvangen. Daar is bezwaar aangetekend en nu is tegen de beslissingen op bezwaar beroep ingesteld.

Alle beroepen zijn ingesteld bij de Rechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht. In alle procedures is een verzoek tot versnelde behandeling ingediend en waar mogelijk is om voeging van de zaken verzocht, zodat CVZ én SVB in één zaak aan “dezelfde tafel” zitten. Het is nu aan de Rechtbank te bepalen of zij de verzoeken willen inwilligen. Zodra wij antwoord hebben van de Rechtbank zullen wij u nader berichten.

Bij versnelde behandeling zal de Rechtbank zelf de verkorte termijnen bepalen. Hoe snel één en ander zal verlopen na eventuele inwilliging van het verzoek hangt dus van de Rechtbank af. Ter indicatie: de Raad van State heeft vorig jaar het verzoek om versnelde behandeling ingewilligd. Bij de Raad van State zijn vorig jaar op 18 september beroepschriften ingediend en vond op 19 december de zitting plaats.

Geanonimiseerde versies van de besluiten op bezwaar en de beroepschriften kunt u opvragen:
- CVZ: beslissing op bezwaar, beroepschrift;
- SVB: beslissing op bezwaar, beroepschrift.
Deze zijn representatief voor de beslissingen op bezwaar en de beroepschriften in de andere proefproceudures.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Wessel Geursen
Advocaat

…terug naar boven…

Stand van zaken rechterlijke procedure – 3 sept. 2007

Zoals U zich waarschijnlijk herinnert omvat deze procedure de volgende fasen.

* Het indienen van de pro forma- en aanvullende bezwaarschriften. Hierbij zijn twee soorten indieners te onderscheiden. Hen die verzocht waren bij afwijzing van het bezwaar bij de rechtbank in beroep te willen gaan, de zgn appellanten. (Onze advocaat vertegenwoordigt hen in deze. De Stichting draagt de kosten). En zij die bezwaar indienen zonder in beroep te gaan.
* Reactie van het CVZ en de SVB op de ingediende bezwaren van de appellanten, de zgn beschikking op bezwaar, waarin het bezwaar van de hand wordt gewezen. De overige indieners hebben in het door ons ter beschikking gestelde model voor een aanvullende bezwaar verklaard, de uitspraak van de hoogste rechter te willen afwachten.
* Indienen van beroepschriften bij de rechtbank door de advocaat namens de appellanten tegen de beschikkingen op bezwaar.
* Het proces voor de rechtbank waarbij de advocaten van beide partijen hun pleidooi houden.
* De uitspraak van de rechter, waarbij mogelijk naar de Europese rechter wordt verwezen.
* Het mogelijk indienen van hoger beroep.

Op het ogenblik zijn wij met de derde fase bezig. Het beroepschrift tegen de beschikking van het CVZ is bij de rechtbank ingediend. Het beroepschrift tegen de beschikking van de SVB die eerst kortgeleden is ontvangen, zal binnenkort volgen.
Zodra alle stukken bij de rechtbank bekend zijn zullen wij U op de hoogte stellen van de inhoud ervan.

Het bestuur van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland

…terug naar boven…

Mededeling SBNGB – 23 juli 2007

In aanvulling op het bericht van 21 juli 2007 van onze advocaat delen wij U het volgende mede.
De eerste besluiten op bezwaar zijn inmiddels ontvangen. De volgende verwachten we binnen enkele weken. Dat betekent dat de proefprocedures bij de rechtbank Amsterdam nu kunnen worden opgestart.
Acht appellanten zullen een beroepsschrift indienen tegen de beslissingen van het CVZ, en/of de SVB op de door hen ingediende bezwaarschriften. Het betreft 3 apppellanten uit Spanje, 2 uit Frankrijk, 2 uit België en 1 uit Ierland.
De bezwaarschriften richtten zich tegen de voorlopige jaarafrekening 2006 van het CVZ, danwel de AOW-specificatie van Mei j.l., danwel de ZVW-inhoudingen op een eerste AOW-verstrekking, beide van de SVB. In de bezwaarschriften en de beroepsschriften wordt het toekennen van het keuzerecht tussen een particuliere verzekering en het ziekenfonds van het woonland beargumenteerd, danwel de herberekening van de woonlandfactoren.
De beroepsschriften zullen uiterlijk 29 augustus 2007 bij de rechtbank zijn ingeleverd met een verzoek voor versnelde behandeling.
Bent U met een bezwarenprocedure bezig, rondt U die dan af. Dat wil zeggen dat U na het ingediende pro forma-bezwaarschrift een aanvullend bezwaarschrift instuurt conform hetgeen hierover op de websites is vermeld. U zult hoogstwaarschijnlijk een antwoord krijgen waarin wordt medegedeeld dat een beslissing op Uw bezwaar wordt aangehouden tot de uitspraak van de rechter in bovengenoemd proces bekend is.

Het bestuur van de SBNGB

…terug naar boven…

Mededeling van onze advocaat inzake start proefprocedures – 21 juli 2007

Het CVZ heeft voor de komende proefprocedures beslissingen op bezwaar genomen tegen de bezwaren van X, Y en Z tegen hun voorlopige jaarafrekening.

De beslissing op bezwaar inzake het keuzerecht (X) bevat eerdere standpunten die integraal zijn overgenomen uit het verweerschrift van CVZ in de eerdere procedure bij de Raad van State. De beslissingen op bezwaar inzake de woonlandfactor (Y en Z) bevat eerdere standpunten die integraal zijn overgenomen uit de eerdere beslissing op bezwaar én ook uit het verweerschrift van CVZ in de eerdere procedure bij de Raad van State. Beroepschriften daartegen zullen daar dus ook weer bij aansluiten.

Wij zullen zorgdragen voor het opstellen en indienen van het beroepschrift. Die beroepschriften willen wij vanuit het oogpunt van coördinatie tegelijk indienen met de beroepschriften tegen de beslissingen op bezwaar van de SVB, zodat wij direct om voeging van alle procedures kunnen verzoeken. De beslissingen op bezwaar worden begin augustus verwacht.

Ik vertrouw erop jullie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Wessel Geursen
Advocaat

…terug naar boven…

Aanvullende bezwaarschriften – 4 juli 2007

Hoe was het ook al weer ??

Wellicht staat niet allen de procedure die moet leiden tot een gang naar de rechter nog helder voor de geest. Daarom geven wij deze in grote lijnen hier weer.
1. Men maakt bezwaar tegen een beschikking van een overheidsorgaan Deze organisatie neemt een beslissing op het ingediende bezwaar. Is deze beslissing afwijzend dan kan men in beroep gaan bij de rechter.
2a. In ons geval is het begonnen met een pro-forma bezwaar tegen de AOW-specificatie over de maand mei van de SVB, en
2b. tegen de voorlopige jaarafrekening van de zvw-bijdragen in 2006 van het CVZ en
2c.. in één geval tegen de beslissing van de SVB tot inhouding van zvw-bijdragen op een eerste uitbetaling van AOW.
3. Dat pro-forma bezwaar is niet meer dan een enkele regel : “Ik maak bezwaar tegen de AOW-specificatie of één van de ander twee gevallen”.
4. Het moet gevolgd worden door een aanvullend bezwaar waarin met de nodige juridische argumentatie uiteen wordt gezet waarom de beschikking niet deugt en moet worden herroepen.

In deze fase verkeren wij nu.

De aanvullende bezwaren zijn door onze advocaat opgesteld en worden hierbij gepubliceerd.
Doordat wij tegen drie beschikkingen bezwaar hebben aangetekend, van twee overheidsinstanties afkomstig en met één bezwaarschrift bezwaar maken tegen de afwezigheid van keuzerecht tussen particuliere verzekering en ziekenfonds en met een ander bezwaarschrift de berekeningswijze van de woonlandfactoren aanvechten is het een gecompliceerd geheel geworden.
Er zijn drie bezwaarschriften verschenen,
1. één m.b.t. woonlandfactoren,
2. één m.b.t. keuzerecht voor mensen woonachtig in Spanje en
3. één m.b.t. keuzerecht voor de overige woonlanden.

Let op !!!

Elk van die bezwaarschriften kan of geadresseerd worden
a. aan de SVB (als het bezwaar zich richt tegen de AOW-specificatie of inhouding bij eerste uitbetaling van de AOW),
of
b. aan het CVZ (als het bezwaar zich richt tegen de voorlopige jaarafrekening 2006). Omdat een eerste AOW-verstrekking maar één maal in de bezwarenprocedure is meegenomen is dat met de betrokkene direct afgehandeld.

Wij publiceren zes varianten, namelijk elk van de drie bezwaarschriften zowel geadresseerd aan de SVB als aan het CVZ.

De aanvullende bezwaarschriften zijn inmiddels ingediend door 8 mensen. Zij zijn verzocht om als appellant in het komende proces voor de bestuursrechtkamer van de Amsterdamse rechtbank op te treden. Zij zijn geselecteerd op woonland (twee uit België, twee uit Spanje, twee uit Frankrijk en één uit Engeland.) en persoonlijke omstandigheden.

Verder kan ieder die een pro-forma bezwaarschrift heeft ingediend binnen vier weken na een datum genoemd in de ontvangstbevestiging van het bezwaar een aanvullend bezwaarschrift indienen.

U kunt daarbij een keuze maken tussen keuzerecht, of woonlandfactoren, of beide.

Recept

Om uit de zes aanvullende bezwaarschriften te kiezen, handelt u als volgt:
1. Kijk eerst waartegen Uw pro-forma bezwaar gericht was (bijvoorbeeld de voorlopige jaarafrekening van het CVZ),
2. Realiseert u in welk land u woont (Spanje heeft eigen bezwaarschriften)
3. Bepaal welke bezwaarschriften U wilt indienen, bijvoorbeeld woonlandfactoren en keuzerecht Spanje. U kiest dan uit de zes bezwaarschriften “woonlandfactor – CVZ en Keuzerecht _CVZ_Spanje
4. Let er bij Keuzerecht op dat U onder 4b één van de twee aanwezige teksten uitkiest en de andere uitwist
5. Vergeet de bijlage m.b.t. de woonlandfactoren niet mee te sturen met alle bezwaarschriften!

U dient zo’n bezwaarschrift in ter meerdere zekerheid van Uw rechten na een uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. Onze advocaat zei dat bij de publicatie van de pro-forma bezwaarschriften als volgt: ”Formeel kunnen personen die geen bezwaar hebben aangetekend achteraf niet meer met terugwerkende kracht een beroep doen op een gunstige rechterlijke uitspraak. In de praktijk kan dat nog wel meevallen, maar iedere individuele gepensioneerde staat sterker als hij ten minste één keer bezwaar heeft aangetekend tegen een afrekening of een inhouding”.

Het bestuur van de SBNGB

Downloads…

Aanvullend Bezwaar Keuzerecht_SVB_Spanje – bij NCA op te vragen
Aanvullend Bezwaar Keuzerecht_CVZ_Spanje – bij NCA op te vragen
Aanvullend Bezwaar Keuzerecht_SVB_ Niet Spanje – bij NCA op te vragen
Aanvullend Bezwaar Keuzerecht_CVZ_Niet Spanje – bij NCA op te vragen
Aanvullend Bezwaar Woonlandfactor_SVB – bij NCA op te vragen
Aanvullend Bezwaar Woonlandfactor_CVZ – bij NCA op te vragen
Bijlage mee te sturen met ieder bezwaarschrift – bij NCA op te vragen

…terug naar boven…

Aanvullende mededeling betreffende concept bezwaarschriften – 29 juni 2007

In aanvulling op eerdere mededelingen dienaangaande wordt in overleg met de Sociale Verzekeringsbank SVB de volgende suggestie aangereikt:

Diegenen die nog geen bezwaarschrift hebben ingediend

Iedereen die zijn rechten wil veilig stellen maar kan en wil wachten tot de proefprocedures tot een uitspraak met een praktische oplossing hebben geleid, wordt aangeraden om niet de eerder voorgestelde tekst van het pro forma bezwaarschrift, maar voortaan de volgende bewoording te gebruiken:
Hierbij teken ik bezwaar aan tegen de mij toegezonden brief van …, kenmerk ….., in verband met de uitvoering van art. 69 Zvw, een en ander op nader aan te voeren gronden.

Gaarne verzoek ik u mij te laten weten binnen welke termijn deze nadere gronden moeten worden ingediend.

Overigens kan ik instemmen met de aanhouding van mijn bezwaarschrift tot het moment waarop de hoogste rechter uitspraak heeft gedaan in vergelijkbare gevallen als de mijne.

Hoogachtend,

[handtekening]

(voornamen en naam]

[adres]

[geboortedatum]

[registratienummer]

Voor diegenen die reeds wél het eerder voorgestelde bezwaarschrift hebben ingediend zijn er 2 opties:

1) Of afwachten tot de SVB om aanvulling van de gronden vraagt. Wij zullen zorg dragen voor een standaard tekst. Daarin wordt dan aangegeven dat het art. 69 Zvw betreft en ook dat de appellant instemt met aanhouding van het bezwaar.

2) Nu al een kort briefje sturen met de tekst:
In aanvulling op mijn bezwaarschrift d.d. [DATUM], wil ik u alvast informeren dat mijn bezwaren de uitvoering van art. 69 Zvw betreffen. Voorts kan ik u informeren dat ik instem met de aanhouding van mijn bezwaarschrift tot het moment waarop de hoogste rechter uitspraak heeft gedaan in vergelijkbare gevallen als de mijne.

Hoogachtend,

…terug naar boven…

Reactie CVZ op bezwaarschriften – 26 juni 2007

Inmiddels ontvangen tal van gepensioneerden formele besluiten van CVZ waarbij in 2006 ingediende bezwaren niet-ontvankelijk worden verklaard. Deze besluiten zijn gebaseerd op de uitspraken van de Raad van State van 25 april 2007, waarbij werd geoordeeld dat de door CVZ in 2006 verzonden brieven waarbij de geadresseerde werd bericht dat hij “verdragsgerechtigd” is, en de brieven van datzelfde CVZ waarbij de in vervolg op het kort geding van maart 2006 vastgestelde woonlandfactor werd meegedeeld, niet werden aangemerkt als formele besluiten waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De besluiten van CVZ tot niet-ontvankelijkverklaring behelzen in feite niets anders dan de tenuitvoerlegging van de uitspraken van de Raad van State. U kunt de besluiten van CVZ voor kennisgeving aannemen. Het heeft geen zin om tegen deze uitspraken beroep in te stellen.

Intussen wordt gewerkt aan het opstarten van nieuwe bezwaarprocedures waarin de ontkenning van het keuzerecht en de vaststelling/hoogte van de woonlandfactor opnieuw worden aangevochten. Wij verwachten op korte termijn nader te kunnen berichten over de voortgang van dit proces, en van de procedurele afspraken die met de overheid (met name CVZ en SVB) zijn gemaakt. Van de kant van de overheid wordt actief meegewerkt om de ontstane procedurele impasse zo spoedig mogelijk te doorbreken. Ook bij de overheid vindt men het van belang dat de rechter zo spoedig mogelijk beslist over de inhoud van het geschil tussen de in het buitenland wonende gepensioneerden en de Staat, en dat door de rechter geen verdere procedurele barrières kunnen worden opgeworpen.

Erik H. Pijnacker Hordijk
Advocaat

…terug naar boven…

Oproep SVB enquête 15 juni 2007

OPROEP OPROEP OPROEP OPROEP OPROEP OPROEP

Naar wij hebben begrepen is de Sociale Verzekeringsbank een anonieme enquête gestart met het doel inzicht te krijgen in de sociale zekerheid bij migratie. De eerste formulieren zijn reeds ontvangen.

Deze enquête biedt een unieke mogelijkheid op een niet te missen kans voor open doel in eigen woorden tot uitdrukking te brengen hoe wij ons behandeld voelen.

Vraag 8
Was u, voor uw verhuizing naar uw huidige woonland, op de hoogte van de gevolgen van de verhuizing voor uw sociale zekerheid?

Vraag 9
Als u bij de vorige vraag heeft aangegeven dat u (beperkt) op de hoogte was van de gevolgen van de sociale zekerheid voor uzelf of uw gezinsleden, kunt u dan aangeven wat die gevolgen waren.

De volgende vragen zijn zo mogelijk een nog directer gerelateerd aan onze zaak:
- heeft u maatregelen getroffen negatieve gevolgen te beperken?
- welke maatregelen zou u getroffen hebben indien u beter op de hoogte was geweest?
- zijn uw verwachtingen uitgekomen?
- vindt u de uitzending geslaagd en indien u alles van tevoren geweten zou hebben, zou u dan toch verhuisd zijn?
- Heeft het niveau van sociale zekerheid in uw huidige woonland daarin een rol gespeeld?

We zouden de vragen zelf niet beter geformuleerd kunnen hebben indien ze ons doel dienstig hadden moeten zijn. Duidelijk moet worden dat een voorbereiding voor vertrek niets betekend heeft omdat een volstrekt onbetrouwbare overheid de geldende uitgangspositie volledig onderuit heeft gehaald en de spelregels heeft veranderd tijdens de wedstrijd.

Kortom een enquête die ons de kans geeft onze gevoelens te ventileren en, naar wij aannemen, zonder dat wij daar een standaardformulering voor behoeven te publiceren op onze web sites. Wij rekenen op uw massale deelname.

SBNGB

…terug naar boven…

Aanvullende informatie aangaande eerder gepubliceerde standaardbezwaarschriften – 15 juni 2007

Ter verduidelijking op de drie standaardbezwaarschriften die op de website staan, kan ik u mededelen dat wij het raadzaam achten zowel bij de SVB (tegen de inhouding op de eerste AOW of tegen de AOW-specifiekatie van Mei) als (toch ook weer) bij CVZ bezwaar te maken (tegen de voorlopige jaarafrekening). Daarnaast geldt dat wanneer een in het buitenland wonend persoon geen AOW ontvangt maar WAO, hij natuurlijk bij UWV in plaats van SVB bezwaar moet worden gemaakt (en voor andere aan een ‘wettelijk pensioen’ gelijkgestelde uitkeringen bij de desbetreffende uitkeringsinstantie (voorzover dat een bestuursorgaan is)).

In de standaardbezwaarschriften staat al een adres ingevuld. Aangezien SVB haar werkzaamheden over haar diverse kantoren heeft verspreid kan het zijn dat het adres dat op uw mei-specificatie voorkomt niet overeenstemt met het adres in het standaardbezwaarschrift. In dat geval kunt u het adres overnemen dat op uw mei-specificatie staat.

Daarnaast kan ik melden dat het contact dat bestaat tussen de landsadvovcaat en de advocaten van de Stichting slechts betrekking heeft op de coördinatie van de procedures. De procedures kunnen alleen echte ‘proefprocedures’ worden als de landsadvocaat en CVZ ook van hun kant meewerken in die coördinatie. Anders verworden de procedures tot procedures namens individuele appellanten. Dit betreft dus geen overleg over de inhoudelijke argumenten, maar alleen procedurele punten van praktische aard. Daarbij zijn wij vanzelfsprekend steeds kritisch in wat onze gesprekspartners aangeven.

Bestuur SBNGB

…terug naar boven…

Bezwaarschrift tegen inhouding op de AOW – 5 juni 2007

De Raad van State heeft aangegeven dat een beroep tegen een afgewezen bezwaar betreffende inhouding van de ZVW-bijdragen op de AOW ontvankelijk is. Hierop zullen onze bezwaarschriften gericht zijn.
Uit praktische overwegingen zullen primair de appellanten uit de “keuzerecht”en “woonlandfactor” – processen voor de Raad van State weer verzocht worden een bezwaar in te dienen. Een aantal heeft dit reeds de afgelopen dagen gedaan. Een aanvulling van deze groep met een beperkt aantal “nieuwe”appellanten zal waarschijnlijk nodig zijn. Ook met deze mensen is contact opgenomen.
Daarnaast kunt U om persoonlijk redenen een bezwaarschrift willen indienen. Onze advocaat zegt daar het volgende van:
“Formeel kunnen personen die geen bezwaar hebben aangetekend achteraf niet meer met terugwerkende kracht een beroep doen op een gunstige rechterlijke uitspraak. In de praktijk kan dat nog wel meevallen, maar iedere individuele gepensioneerde staat sterker als hij ten minste één keer bezwaar heeft aangetekend tegen een afrekening of een inhouding”.

U kunt tot 6 weken na dagtekening document een pro forma bezwaar indienen tegen:
1) de eerste inhouding van de ZVW-bijdrage bij de eerste maal dat U AOW ontvangt.
Het bezwaarschrift vindt U hier

2) de voorlopige jaarafrekening 2006 van het CVZ (niet aan iedereen toegestuurd)
Het bezwaarschrift vindt U hier

3) de AOW specificatie over Mei, die U wordt toegestuurd ivm de vakantie-uitkering.
Het bezwaarschrift vindt U hier

Het is verstandig de bezwaarschriften zowel per gewone post als aangetekend aan CVZ resp. SVB toe te zenden (met bewijs van ontvangst). Als altijd geldt dat het bezwaarschrift ontvangen moet zijn door het bestuursorgaan binnen uiterlijk zes weken te rekenen vanaf de dag van verzending van het besluit door het bestuursorgaan. Vandaar dat aangetekende verzending wordt aanbevolen, met name in die gevallen waarin ooit discussie zou kunnen ontstaan over de vraag of het bezwaarschrift wel binnen de wettelijke termijn is ingediend.

U wordt verzocht kopieën van alle bezwaarschriften toe te sturen aan coordinateur-icng@orange.fr . Onze advocaat zal vaststellen in welke zaken aanvullende bezwaarschriften zullen worden ingediend, die als basis voor de verdere procedures kunnen dienen

Het bestuur van de SBNGB

Bezwaarschrift ad 1)

De in het bezwaarschrift in te vullen datum en kenmerk, zijn die van de brief van de SVB, met als onderwerp : inhouding bijdrage Zorgverzekeringswet buitenland.

Aantekenen

[Woonplaats, datum]

Sociale Verzekeringsbank, adres van het kantoor dat Uw AOW-uitkering verzorgt.

Hierbij teken ik bezwaar aan tegen de mij toegezonden bij brief van …….., kenmerk …….., een en ander op nader aan te voeren gronden. Gaarne verzoek ik u mij te laten weten binnen welke termijn deze nadere gronden moeten worden ingediend.

Hoogachtend,

[handtekening]

[voornamen en naam]
[adres
[geboortedatum]
[registratienummer]

Bezwaarschrift ad 2)

NB:
In de adressering van bezwaarschrift ad 2) was de postcode foutief aan ons opgegeven. Nu wordt de juiste postcode vermeld. Het betreft een aangetekende zending. U kunt aan de hand van het bewijs van ontvangst controleren of Uw bezwaar toch bij het CVZ is aangekomen. Zo dit niet het geval is lijkt het verstandig hetzelfde bezwaar nogmaals op te sturen.

(zie ook (5) Bezwaar in de toelichting voorlopige jaarafrekening)

Aantekenen

[Woonplaats, datum]

College voor Zorgverzekeringen, postbus 320, 1110 AH Diemen, Nederland

In de adressering van bezwaarschrift ad 2) was de postcode foutief aan ons opgegeven. Nu wordt de juiste postcode vermeld. Het betreft een aangetekende zending. U kunt aan de hand van het bewijs van ontvangst controleren of Uw bezwaar toch bij het CVZ is aangekomen. Zo dit niet het geval is lijkt het verstandig hetzelfde bezwaar nogmaals op te sturen.

Onderwerp : Zorgverzekeringswet

Hierbij teken ik bezwaar aan tegen de beschikking (voorlopige jaarafrekening 2006) van het CVZ, beschikkingsnummer …….. , dagtekening …….. , een en ander op nader aan te voeren gronden. Gaarne verzoek ik u mij te laten weten binnen welke termijn deze nadere gronden moeten worden ingediend.

Hoogachtend,

[handtekening]

[voornamen en naam]
[adres]
[geboortedatum]

Bezwaarschrift ad 3)

Aantekenen

[Woonplaats, datum]

Sociale Verzekeringsbank, adres van het kantoor dat Uw AOW-uitkering verzorgt.

Hierbij teken ik bezwaar aan tegen Uw AOW specificatie, ongedateerd, ontvangen op …….. , vermeldend “Uw kenmerk ……..” , een en ander op nader aan te voeren gronden. Gaarne verzoek ik U mij te laten weten binnen welke termijn deze nadere gronden moeten worden ingediend.

Hoogachtend,

[handtekening]

[voornamen en naam]
[adres]
[geboortedatum]

…terug naar boven…

Stand van zaken aangaande procesvoering CVZ/SVB

Aangaande de vervolgprocedure voor de rechtbank, na de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de Raad van State, kan medegedeeld worden dat het stappenplan voor de vervolgprocedure in een vergevorderd stadium is. Alle partijen, dus ook CVZ en SVB, zijn gebaat bij een snelle voortgang aangezien bij een vertraging in de uitspraak het risico steeds groter wordt dat dit kan leiden tot toenemende administratieve correcties achteraf.

Het verdient de voorkeur dat de appellanten die zijn opgetreden bij het proces voor de Raad van State dat wederom voor de Rechtbank in Amsterdam zullen doen omdat dit processueel het meest aantrekkelijke is en daartoe worden op dit moment de laatste voorbereidingen getroffen..

Intussen is het belangrijk dat ter behoud van rechten iedereen bezwaar maakt tegen de voorlopige jaarafrekening voor 2006 die CVZ de laatste tijd aan alle ” verdragsgerechtigden” heeft toegestuurd. Daarnaast kan ook nog bezwaar worden aangetekend tegen de specificatie van SVB met het vakantiegeld. Voor meer informatie daarover verwijs ik graag naar de web site van de vereniging.

Alles erop gericht te voorkomen dat de proefprocedures opnieuw ontaarden in een niet-ontvankelijkverklaring. Overigens zien wij werkelijk niet hoe dat risico zich opnieuw zou kunnen voordoen. De zaken bij de Raad van State waren a-typisch omdat het brieven van CVZ betrof van een categorie die door sommige bestuursrechters niet als “besluit” pleegt te worden aangemerkt. Dat is bij de nieuwe bezwaarprocedures niet het geval.

Verschillende leden stelden voor de bodemprocedure voor de civiele rechter te reactiveren hetgeen ons sterk ontraden wordt. De taxatie is dat we in de beroepsprocedure voor de socialezekerheidsrechter veel sneller een verwijzing naar Luxemburg zullen kunnen krijgen dan in een procedure voor de civiele rechter. Ook zal bij de civiele rechter veel minder snel een willig oor worden gevonden voor de klachten over de woonlandfactor. Het zijn typisch zaken die bij de bestuursrechter thuishoren. We hebben indertijd een civiel kort geding aangespannen omdat er nog geen duidelijke besluiten waren die een basis konden bieden voor een bestuursrechtelijk kort geding en meer in het algemeen als juridisch breekijzer. Bij een bodemprocedure liggen de kaarten anders. Daarnaast moet erop gewezen worden dat de extra kosten van een civiele procedure niet moeten worden onderschat. We kunnen ons daarbij niet beperken tot het louter overschrijven van wat in de bestuursrechtelijke geschillen wordt bepleit.

Naar aanleiding van onze publicatie van het communiqué van de pensioenkoepels aangaande de rechtmatigheid van de inhoudingen door de pensioenfondsen vroegen velen ons of het dan niet zinvol zou zijn daartegen bezwaarschriften in te dienen. Het antwoord daarop is neen.

Een pensioenfonds is geen bestuursorgaan en dus kunnen tegen de gemaakte inhouding geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep worden ingesteld. Een standaard bezwaarschrift heeft dan ook geen zin.

Bestuur SBNGB & VNGB

…terug naar boven…

Uitspraak Raad van State inzake keuzerecht en woonlandfactor 25 april 2007

Op 25 april 2007 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in alle aanhangige beroepszaken over het keuzerecht en de woonlandfactor. Deze beroepen waren gericht tegen de brieven van CVZ aan individuele gepensioneerden, waarin aan de betrokkenen meedeelde dat hij onder de Zorgverzekeringswet bijdrageplichtig is, respectievelijk wat de hoogte van de op hem toepasselijke woonlandfactor is.

In alle zaken heeft de Raad van State geoordeeld dat CVZ de ingediende bezwaren niet-ontvankelijk had moeten verklaren, met als redengeving dat de brieven waartegen de bezwaren zich richtten niet als voor beroep vatbare besluiten kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van de Raad van State hebben de brieven geen rechtsgevolgen, maar bevestigen zij slechts wat de positie van de betrokkene is onder de toepasselijke wetgeving. Het gevolg van de uitspraken van de Raad van State is dat nieuwe bezwaar- en beroepsprocedures moeten worden opgestart tegen besluiten waarbij daadwerkelijk inhoudingen zijn gepleegd op pensioenen uit hoofde van de Zorgverzekeringswet. Weliswaar kunnen in die nieuwe beroepszaken dezelfde inhoudelijke argumenten worden aangevoerd als in de door de Raad van State besliste zaken, maar een en ander betekent dat een vertraging van vele maanden dreigt te ontstaan.

De uitspraken van de Raad van State zijn om meerdere redenen betreurenswaardig.

Ten eerste omdat vorig jaar door de vertegenwoordigers van de Stichting en vertegenwoordigers van CVZ uitvoerig overleg is gevoerd over de procedurele afhandeling van de bezwaren tegen de verplichte aansluiting bij de ziekenfondsen in de woonlanden (anders gezegd: de ontkenning van het keuzerecht door de Nederlandse overheid) en tegen de woonlandfactor. Doel van dit overleg was tot een efficiënte en snele afhandeling van de aan te spannen proefprocedures over het keuzerecht en de woonlandfactor te komen. CVZ was uitdrukkelijk bereid daaraan mee te werken, hetgeen van de zijde van de Stichting uiteraard zeer op prijs is gesteld. Van de zijde van CVZ is toen uitdrukkelijk het standpunt ingenomen dat de hiervoor genoemde brieven als voor beroep vatbare besluiten moesten worden aangemerkt. De proefprocedures zouden dan ook tegen deze brieven moeten worden gericht, aldus de vertegenwoordigers van CVZ. De vertegenwoordigers van CVZ baseerden hun standpunt op rechtspraak over ontvankelijkheidsvraagstukken van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in Nederland in beroepszaken inzake sociale zekerheid. De advocaten van de Stichting hebben bij die gelegenheid aangegeven dat andere rechters in het verleden anders hadden geoordeeld over ontvankelijkheidsvraagstukken dan de Centrale Raad van Beroep. Dit was geen reden voor de vertegenwoordigers van CVZ om het eigen standpunt bij te stellen. Conform de vervolgens gemaakte procedureafspraken heeft CVZ (dan ook) de bezwaarschiften in de door de Stichting aanhangig gemaakte proefprocedures ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.

De Raad van State heeft expliciet te kennen gegeven dat hij niets te maken heeft met eventuele procedureafspraken en zelfstandig geoordeeld dat geen beroep mogelijk is tegen de genoemde brieven van CVZ. Daarmee geeft de Raad van State eigenlijk aan dat CVZ ten onrechte de gepensioneerden heeft opgeroepen om hun bezwaarschriften te richten tegen haar brieven. Dit verklaart ook waarom CVZ door de Raad van State in de kosten van de beroepsprocedures is veroordeeld. Dat betekent (zeker) niet dat CVZ te kwader trouw heeft gehandeld, maar wel dat onnodig zeer veel tijd is verloren en namens de gepensioneerden onnodige proceskosten zijn gemaakt (bedacht moet worden dat de door de Raad van State uitgesproken proceskostenveroordeling een onbeduidend bedrag betreft).

Die vertraging is nog eens vergroot door het feit dat halverwege de beoordeling van de bezwaren door CVZ, het Ministerie van Volksgezondheid heeft aangedrongen op inschakeling van het kantoor van de landsadvocaat. Mede om die reden zijn de besluiten op de bezwaarschriften gericht tegen het keuzerecht enkele maanden later genomen dan oorspronkelijk door CVZ was beoogd. Ook de landsadvocaat heeft kennelijk niet aangegeven dat CVZ procedureel op het foute spoor zat door bezwaar open te stellen tegen de eerdergenoemde brieven. Dit maakt de uitkomst van de beroepsprocedures voor de Raad van State extra betreurenswaardig.

Ten derde is betreurenswaardig dat de Raad van State, in de wetenschap dat sprake was van een spoedprocedure over een principiële aangelegenheid, in de zaak over het keuzerecht eerst vér na het verstrijken van de wettelijke termijn uitspraak heeft gedaan. De beroepen zijn ingediend in september 2006. Niets had de Raad van State belet om reeds direct na indiening van de beroepen de vraag op te werpen of wel sprake was van voor beroep vatbare besluiten van CVZ. In dat geval was veel minder tijd verloren gegaan.

Pijnlijk is dat de Raad van State, die sedert 1 januari 2007 overigens als gevolg van een wetswijziging niet langer de bevoegde rechter is in beroepszaken over de Zorgverzekeringswet, gemeend heeft juridisch doctrinaire gronden zwaarder te moeten laten wegen dan het recht op een effectieve en snelle rechtsbescherming, en dat in een zaak waarin de belangen van vele tienduizenden personen van gevorderde tot zeer hoge leeftijd in het geding zijn. De Raad van State is tijdens de diverse zittingen met klem op die laatste belang gewezen, maar heeft daaraan blijkens de uitspraken geen enkel gewicht toegekend.

Wat is de praktische betekenis van de uitspraken van de Raad van State? Zoals de Raad van State in zijn uitspraken aangeeft, kan iedere pensioengerechtigde bezwaar aantekenen tegen het besluit tot inhouding van een Zvw-bijdrage op zijn (AOW-)pensioen. Een dergelijke besluit is wél een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Een aantal gepensioneerden heeft reeds bezwaarschriften ingediend tegen deze besluiten. De afhandeling van deze bezwaren is in alle gevallen opgeschort in afwachting van de uitkomst van de proefprocedures voor de Raad van State. De Stichting zal opnieuw in overleg treden met CVZ en de Sociale Verzekeringsbank met het doel te bewerkstelligen dat alsnog zo spoedig mogelijk wordt beslist op de aanhangige bezwaren in een aantal te selecteren proefprocedures. Teneinde de vertraging zoveel mogelijk te beperken, zullen in beginsel de nieuwe proefprocedures onder de namen van dezelfde personen worden gevoerd als de proefprocedures die voor de Raad van State zijn gevoerd. Helaas is opnieuw een beslissing op bezwaar nodig van de bevoegde overheidsinstantie, alvorens beroep bij de rechter kan worden ingesteld. Het is zaak dat de verantwoordelijke overheidsinstanties deze beslissingen op bezwaar zo spoedig mogelijk nemen. Gelet op het ongelukkige verloop van de procedures tot nu toe, mag van de overheidsinstanties worden verwacht dat zij daarbij maximale medewerking verlenen.

Nadat op de bezwaren in de nieuwe proefprocedures is beslist, zal beroep moeten worden ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. In beginsel kunnen daarbij dezelfde processtukken in het geding worden gebracht als eerder bij de Raad van State. Indien de overheidsinstanties en de Rechtbank meewerken, zouden mogelijk nog voor het eind van 2007 uitspraken beschikbaar kunnen zijn in de nieuwe proefprocedures. Al met al betekenen de uitspraken van de Raad van State derhalve een tijdsverlies van vele kosten, en in feite onnodige extra proceskosten.

De Stichting is echter vastberaden op de ingeslagen weg voort te gaan, en voor de Amsterdamse Rechtbank nieuwe proefprocedures te voeren met het doel alsnog rechterlijke uitspraken te krijgen over het keuzerecht en de geldigheid van de woonlandfactor.

…terug naar boven…

Collectieve zorgverzekering!!

Het bestuur van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB) wil de mogelijkheid onderzoeken van een collectieve zorgverzekering voor Nederlanders woonachtig in het buitenland.
Hierbij zullen niet alleen de mogelijkheden bij de Nederlandse verzekeringsmaatschappijen worden onderzocht, maar ook bij maatschappijen buiten Nederland.

a) Zo’n constructie zou voordelen in kostprijs en voorwaarden kunnen opleveren indien men opteert voor een particuliere verzekeringsmaatschappij zodra de uitspraak in het proefproces “Keuzerecht” het mogelijk maakt te kiezen tussen aansluiting bij het plaatselijke ziekenfonds als verdragsgerechtigde met een E-121 formulier of het afsluiten van een particuliere verzekering bij een verzekeringsmaatschappij in welk laatste geval men ten gevolge van de keuzevrijheid geen verplichte Zvw bijdragen meer aan Nederland behoeft te betalen

b) Maar ook indien het keuzerecht niet gerealiseerd zal worden, of pas op langere termijn, kan een collectieve verzekering in bepaalde gevallen een oplossing bieden. Er bereiken ons berichten uit diverse landen dat er belangstelling is om naast de verplichte ziekenfondsverzekering een particuliere verzekering met volledige dekking aan te gaan, indien dit tegen aanvaardbare kosten en voorwaarden kan gebeuren. Naar mate de woonlandfactor lager is en dus de woonlandzorg van mindere kwaliteit zal zijn, zal de behoefte daaraan groter zijn.

Het bestuur wil in eerste instantie inzicht krijgen in de belangstelling die voor een collectieve verzekering bestaat. Als het aantal belangstellenden groot genoeg is zal men in kennis worden gesteld dat contact gaat worden gezocht met verzekeringsmaatschappijen.

Mocht het tot een concrete propositie komen dan zal iedere geïnteresseerde daarvan op de hoogte worden gesteld ten einde zelf te kunnen besluiten al dan niet daar gebruik van te maken waartoe hij zich persoonlijk zal moeten opgeven bij betreffende verzekeringsmaatschappij. De stichting zal geen persoonlijke gegevens verstrekken; ook niet in geval van een positieve uitkomst.

Dit bericht is op de websites geplaatst van de VNGB (België), de VNGS (Spanje), de NCA (Portugal), de ICNG (Frankrijk) en de NMG (Malta).
Indien U belangstelling heeft, voorlopig zonder verplichting tot deelneming, vul dan hier Uw gegevens in.
Wij zullen U via de websites en per email op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Mocht u vrienden of kennissen hebben die niet over internet/e-mail beschikken maar toch mogelijkerwijs interesse hebben, informeert u hen dan toch over dit initiatief en mocht er belangstelling bestaan, zou u hen dan willen helpen zich aan te melden.
Hoe meer belangstellenden des te groter de kans op een positieve houding van de verzekeringsmaatschappijen

C. van der Wiel
Voorzitter SBNGB

…terug naar boven…

Advies opgaaf wereldinkomen 10 april 2007

De Belastingdienst Heerlen heeft onlangs aan veel Verdragsgerechtigden een formulier Opgaaf Wereldinkomen 2006 verzonden. Met dat formulier verzoekt de Belastingdienst de Verdragsgerechtigden om zowel het in 2006 genoten Nederlands als het niet- Nederlands inkomen aan de Belastingdienst op te geven. De Belastingdienst geeft op het formulier aan dat hij de informatie over het wereldinkomen nodig heeft om de hoogte van de zorgtoeslag of de bijdrage op grond van art. 69 van de Zorgverzekeringswet (“Zvw “) (de “Zvw-bijdrage”) vast te stellen….

U het hele artikel opvragen bij de NCA

…terug naar boven…

Mededeling bestuur Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB) 2 april 2007

In haar vergadering van 27 maart 2007 heeft het bestuur de jaarstukken over het jaar 2006 gedateerd 31 januari 2007 vastgesteld. Deze stukken zijn gecontroleerd en in orde bevonden door M.J. Hooft van Huysduiynen RA en voorzien van een goedkeurende verklaring.

De jaarstukken bestaan uit een Jaaroverzicht, waarin de activiteiten van de Stichting en andere bijzonderheden zijn vermeld, de Balans en de Staat van baten en lasten. De jaarstukken kunt u bij ons opvragen.

Het bestuur

…terug naar boven…

Oproep aan gedupeerden van de Nederlandse Zorgverzekeringswet 31 maart 2007

Naast de lopende rechtsprocedures -zie mededelingen hieronder-, is het belangrijk om zoveel mogelijk publiciteit aan deze zaak te geven.
Ook individuele acties zijn daarbij welkom.

Een van onze leden, de heer Hermen Daalder, had half maart een uitvoerig gesprek met Hans Meerman van de Stichting Ombudsman.
Het ging hier om het opzeggen van een particuliere ziektekostenverzekering i.v.m. de Zorgverzekeringswet.
De verzekeringsmaatschappij wilde deze verzekering alleen voortzetten met een premieverhoging van 43%!!!
Tijdens het gesprek gaf de heer Meerman aan dat hij bereid is dit probleem ter hand te nemen en bij een van de publieke omroepen onder de aandacht te brengen.
Hij zou het echter op prijs stellen meer brieven met klachten over dergelijke onmogelijke situaties te ontvangen, om zijn zaak op die manier sterk te maken.

Stuur een brief met uw klachten over praktijken van particuliere ziektekostenverzekeraars i.v.m. de Zorgverzekeringswet aan:

Stichting Ombudsman
t.a.v. Hans Meerman
Postbus 1700
1200 BS HILVERSUM

Aarzel niet, doe mee! Het is voor een rechtvaardige zaak!

…terug naar boven…

Raad van State 27 maart 2007

Woonlandfactor
Op 27 maart jl. vond bij de Raad van State de mondelinge behandeling plaats in de proefprocedures betreffende de woonlandfactor. De argumenten die namens appellanten naar voren zijn gebracht kunt u beneden in de geanonimiseerde versie van de pleitaantekeningen downloaden.

De voorzitter van de kamer gaf aan dat zij zullen trachten binnen de wettelijke termijn van zes weken (met een eventuele eenmalige verlenging van nogmaals zes weken) uitspraak te doen.

Keuzerecht
Ten aanzien van de uitspraak in de proefprocedure betreffende het keuzerecht gaf de kamervoorzitter vandaag aan dat de uitspraak binnen twee weken mag worden verwacht.

…terug naar boven…